Verslag congres 2011

  • Verslag congres 2011

Zorgverleners laven zich aan veelzijdig congresprogramma  

 

Informatie inwinnen, elkaar ontmoeten, geïnspireerd raken. De zevende editie van het ParkinsonNet Congres op zaterdag 26 november 2011 bood de dertienhonderd deelnemende zorgverleners alle kansen om zich te bekwamen in hun vak. Of zoals hockeycoach Marc Lammers aan het einde van de leerzame dag het verwoordde: "Door van elkaar te leren en elkaar te inspireren kun je jezelf verbeteren. Zonder training kom je niet verder."

Al vóór tienen dromden zorgverleners uit alle delen van Nederland, zoals, neurologen, fysiotherapeuten, logopedisten en ergotherapeuten, samen in het Beatrix-gebouw van de Jaarbeurs in Utrecht. Het aantal inschrijvingen was dit keer opnieuw een stuk groter dan vorig jaar. Ook dit jaar bevatte het plenaire deel van het programma aansprekende onderwerpen zoals 'Pijn bij parkinson', 'Parkinson en erfelijkheid' en 'Hoe praat ik over seks?'. Daarnaast konden de deelnemers uit zeker negentien verschillende disciplines kiezen uit vijftien lezingen over verschillende onderwerpen die in parallelsessies werden gegeven. Veel belangstelling trok Merel van Uden, senior adviseur en trainer met het onderwerp 'motivational interviewing', een persoonsgerichte manier van gespreksvoering, bedoeld voor het begeleiden van mensen die wel willen, maar niet doen. Deze gesprekstechniek sluit volledig aan bij de ontwikkeling waarbij de patiënt regisseur is van zijn eigen ziekteproces. Veranderingen in dit proces zal hij vooral zelf moeten bewerkstelligen, aldus de nieuwste inzichten. De rolverdeling tussen  patiënt en zorgverlener hierin is gelijkwaardig, respectvol en vraaggestuurd (zie kader).

Sherlock Holmes

De dag begon echter met een bijzondere, klinische les van prof. dr. Kailash Bhatia, specialist in bewegingsstoornissen en werkzaam in Londen. Aan de hand van video-opnames van patiënten uit zijn praktijk liet hij zien dat iets niet altijd is, wat het lijkt. Bhatia wordt vaak geconsulteerd als de behandeling van een patiënt met bewegingsstoornissen niet aanslaat. Verschijnselen als tremoren en stijfheid worden al snel afgedaan als symptomen van de ziekte van Parkinson, is zijn ervaring. Maar als herhalende bewegingen zoals het indraaien van een lamp of het tappen met de voet niet 'uitdoven', dan moet je op je hoede zijn. Bhatia beschrijft de specifieke kenmerken van Gaucher's disease en van Kufor Rakeb. Ook het beven van het hoofd wijst volgens hem meestal niet op parkinson.

Bhatia benadrukt dat je heel veel te weten komt door goed te observeren en door vervolgens als een ware 'Sherlock Holmes' de verschijnselen te analyseren en op basis van deductie een conclusie te trekken. Daarnaast zijn scans een belangrijke informatiebron bij dit soort twijfelgevallen. Bhatia adviseert ook vooral de literatuur goed bij te houden.

Verstoorde pijnonderdrukking

'Het is niet wat het lijkt' is ook van toepassing op het onderwerp 'Pijn bij parkinson'. Mensen met een neurodegeneratieve aandoening zoals dementie of parkinson worden vaak niet geloofd als zij klagen over pijn bijvoorbeeld bij het wassen. Prof. dr. Erik Scherder legt uit waarom het klagen over pijn in deze groep alles behalve aanstellerij is. Gedurende het ziekteproces verwerkt het centrale pijncentrum in de thalamus de pijnsignalen namelijk steeds minder goed. Volgens de professor is dit een onderbelicht probleem dat nauwelijks gericht wordt behandeld.

Bovendien is er een tweede pijnsysteem, gelegen in het striatum, dat verstoord raakt. Dit tweede systeem regelt de pijnonderdrukking en zwakt de pijnervaring af waardoor het lijden onder de pijn vermindert. Doordat dit onderdrukkende systeem bij mensen met parkinson niet goed werkt, beleven zij pijn intenser dan iemand die gezond is. Dit probleem neemt toe naarmate cognitieve eigenschappen, zoals het geheugen en de aandacht, achteruit gaan.

Hoewel het nog niet bewezen is, heeft Scherder aanwijzingen dat het dagelijks bewegen dit probleem voor een deel zou kunnen tackelen. "We weten dat de frontale kwab bij mensen die een half uur per dag wandelen, beter doorbloed raakt en dat daarmee ook de werking van het striatum verbetert." Het zou Scherder niet verbazen als de pijnervaring minder snel verstoord raakt na het volgen van een oefenprogramma. Nader onderzoek is gewenst.

Erfelijkheid

Na de parallelle sessies en de lunch vervolgt dr. Bart van de Warrenburg de plenaire bijeenkomst in het Beatrix-theater met het onderwerp 'Erfelijkheid en parkinson'. Er zijn families bekend waarin de ziekte van Parkinson van ouder op kind wordt doorgegeven. In deze families zijn genen gevonden die na mutatie verantwoordelijk zijn voor de aandoening.

Deze erfelijke vormen van parkinson zijn echter relatief zeldzaam. Volgens Van de Warrenburg levert DNA-onderzoek naar deze erfelijke overdracht weinig voordelen op voor de patiënten omdat de uitslag geen invloed heeft op de wijze van behandelen en ook geen aanwijzingen geeft voor het verdere verloop van de ziekte.

Recent is uit onderzoek onder grote groepen patiënten met de ziekte gebleken dat variaties (dus geen mutaties) in een aantal genen het risico op de ziekte verhogen. Interessant is dat de genen die hierbij betrokken zijn deels ook verantwoordelijk zijn voor de erfelijke vorm van parkinson. Voorbeelden zijn LRRK2 en SNCA. De voorlopige conclusie is dat het genetisch paspoort voor zestig procent medebepalend is voor het al dan niet krijgen van de ziekte van Parkinson. Variaties in andere genen of bepaalde omgevingsfactoren, zoals het omgaan met schadelijke stoffen, dragen voor de andere veertig procent bij aan het risico dat we lopen.

Problemen met seks

Het bespreken van problemen op het gebied van seksualiteit in de behandelkamer blijkt een lastig dossier te zijn. Hulpverleners vinden het confronterend en ervaren het als voyeuristisch om over zo iets intiems met patiënten te praten. Dit onderwerp wordt teveel met de privépet op benaderd, weet Paul Rabsztyn, seksuoloog aan UMC St Radboud. Een kwart van de mensen met parkinson heeft echter problemen met seksualiteit. Voor een deel omdat de behoefte afneemt, omdat het lichaam niet goed meewerkt, bijvoorbeeld door de rigiditeit en de tremoren of omdat men niet meer opgewonden raakt. De zin in seks neemt daardoor af wat de kwaliteit van leven negatief beïnvloedt. Door de bijwerkingen van medicatie kan daarentegen juist seksverslaving optreden.

Rabsztyn pleit ervoor het onderwerp bespreekbaar te maken. Vaak is dat al voldoende. De seksuoloog adviseert om dit respectvol te doen door met het woordgebruik aan te sluiten bij de patiënt. Een goed beginpunt is te vragen naar de seksbeleving voordat de persoon in kwestie ziek werd. Het is goed om pro-actief te handelen en daar al bij aanvang van de ziekte mee te beginnen, bijvoorbeeld op het moment dat er medicijnen worden uitgeschreven. Verder adviseert de seksuoloog om geen uitzonderingen te maken, ook niet voor alleenstaanden.

Goud

Door tijdnood komt de lezing van prof. dr. Bas Bloem te vervallen en Bloem maakt plaats voor Marc Lammers, voormalig hockeycoach van het Nederlandse dameshockeyteam. Lammers coachte het Nederlands team onder meer tijdens de Olympische Spelen van2008 inPeking. Volgens Lammers is de input die je krijgt door informatieve bijeenkomsten te volgen als het ParkinsonNet Congres van groot belang. Met alleen wedstrijden spelen, kom je niet verder. Trainen is nodig om beter te worden. Lammers gebruikt sleutelwoorden als 'samenwerken'. 'betrokkenheid' en 'out-of -the-box'-denken. Zo besloot hij zijn speelsters na een wedstrijd op onorthodoxe wijze te laten herstellen in een bad met ijswater. Ankie van Grunsven deed dat immers ook met haar paarden. Het behalen van succes gaat vaak gepaard met pijn, tegenslag en afzien. Maar door te blijven geloven in zijn aanpak behaalde het team na jaren op de tweede plaats te zijn geëindigd, uiteindelijk de gouden medaille. Als Lammers vervolgens het winnende doelpunt toont, veert de zaal even op. Een mooie uitsmijter. En zo keren de dertienduizend deelnemers huiswaarts met een tas vol informatie en een ervaring rijker. Kortom: het congres bood meer dan genoeg stof tot nadenken.     

 

In Kader

Motiverende gespreksvoering

"Geeft u uw cliënt wel eens een compliment?", zo begint Merel van Uden, adviseur/trainer bij De Vraag Centraal, haar lezing. "Laat u hem wel eens weten dat hij het heel goed doet?" Nu de zorg steeds duurder wordt en patiënten steeds meer zelf moeten doen, is het belangrijk dat ze zoveel mogelijk opereren vanuit hun eigen kracht. "De cliënt is de expert van zijn eigen ziekte, zijn behandelaars schuiven daarom steeds meer op naar de rol van coach en gids." Volgens Van Uden is de veronderstelling achterhaald dat cliënten braaf doen wat behandelaars zeggen. "Meer bewegen is goed voor u", klinkt logisch maar zet niet vanzelfsprekend tot daden aan. Alleen cliënten die intrinsiek gemotiveerd zijn, laten mogelijk gedragsverandering zien. Motivational interviewing is een manier van gesprekken voeren waarbij de client zelf onder woorden brengt wat hij zou willen veranderen. De rol van de therapeut is het versterken van het vertrouwen en het vermijden van weerstand. Geen ongevraagde adviezen dus, want dat roept alleen maar weerstand op. ParkinsonNet biedt cursussen Motivational interviewing aan. Klik hier voor heer informatie.