Hier vindt u elke week
een nieuw blogbericht van Bas Bloem over zijn kennis en ervaring
als parkinsonneuroloog van het UMC St Radboud. Daarnaast nodigen
wij regelmatig andere deskundigen uit om hier hun kennis met u te
delen. De volledige blogberichten zijn terug te vinden op
MijnZorgnet.nl
Wanneer u een bepaald onderwerp graag besproken wilt zien in een
blog, dan kunt u dat hier aan ons doorgeven.
Blogberichten
Meer blogberichten zijn te vinden op MijnZorgnet.nl
10-11-2011
De Parkinson Buddy, een nieuw hulpmiddel voor Parkinson patiënten
met stooped posture
5-11-2011 Meetinstrument
dysartrie
2-11-2011 Ziekte van
Parkinson: diagnostiek en behandeling voor de professional, Duits
& Leplow
18-10-2011 Nominatie als mogelijke zorgheld
04-04-2011 Atypische
parkinsonismen
28-03-2011 Parkinson in de
Media
01-02-2011 Nucleaire diagnostiek
bij Parkinson (DaT scan en IBZM spect)
26-01-2011 Observer's
paradox
17-12-2010 Taalstoornissen (door
Hanneke Kalf)
09-12-2010 Proefschrift
ParkinsonNet (door Maarten Nijkrake)
30-11-2010 Spiegelneuronen (door
Hanneke Kalf)
10-11-2010 Zijn
dokters goed voor de wetenschap?
01-11-2010 Slaap en Parkinson: een
tweesnijdend zwaard
03-10-2010 De
patient en nieuwe geneesmiddelen
20-09-2010 Zelf
beoordelen van afwijkende bewegingen
14-09-2010 Substitutie in
de zorg
08-09-2010 Afscheid
van de allereerste parkinsonverpleegkundige
06-09-2010 De
geneesheer van de Chinese keizer
08-08-2010 Zomer blog
02-08-2010 De waarde van
case reports
29-07-2010 Het effect van
glycopyrroniumbromide op overmatig speekselverlies
28-07-2010 Ziekte van
Parkinson, of toch wat anders?
13-07-2010 Treurnis en
trots
05-07-2010 (Voetbal)
Voorspellingen
24-06-2010 Mijn eerste
bericht!
Ziekte
van Parkinson: diagnostiek en behandeling voor de professional,
Duits & Leplow
Door het klinische beeld is de ziekte van Parkinson duidelijk
zichtbaar voor de omgeving en dit kan spanningen en gevoelens van
schaamte met zich meebrengen. Spanningen verergeren de
parkinsonsymptomen en dit kan leiden tot vermijdingsgedrag.
Cognitieve stoornissen komen frequent voor en hebben een negatieve
invloed op de leerbaarheid en zelfstandigheid. Parkinsonpatiënten
krijgen gaandeweg steeds meer problemen met bewegen, denken,
probleemoplossen, communiceren, zelfzorg en sociale relaties. Het
progressieve beloop van de ziekte maakt patiënten met de ziekte van
Parkinson toenemend afhankelijk van anderen. Hun wereld wordt
steeds kleiner...
Lees hier verder
Meetinstrument dysartrie
Als je parkinsonpatiënten behandelt gaat de meeste
aandacht naar de dysartrie en zie je in het algemeen ook andere
dysartriepatiënten. Maar in de logopedie is dysartrie slechts een
klein domein, waardoor ontwikkelingen langzaam gaan. De afdeling
logopedie van het UMC St Radboud is samen met de Hogeschool van
Arnhem en Nijmegen hard aan het werk om dat te veranderen.
Deze oproep om een vragenlijst in te vullen is daar een onderdeel
van. Graag jullie aandacht daarvoor.
Lees hier verder
(Terug naar boven)
Erwin van Wegen: De Parkinson Buddy is een nieuw hulpmiddel
voor Parkinson patiënten
Het apparaat heeft twee functies:
1) Het geeft houdingsfeedback in de vorm van een
trilling of geluidssignaal. Deze toepassing kan gebruikt worden bij
Parkinson patiënten met een "stooped posture". Het feedbacksignaal
wordt geactiveerd als de romphoek een vooraf ingestelde grenswaarde
overschrijdt, waarna de houding actief gecorrigeerd kan
worden door de patiënt in de thuissituatie.
2 ) Het geeft een ritmische cueing in de vorm
van een trilling- of geluidsignaal. Deze toepassing kan door
Parkinson patiënten gebruikt worden om het lopen of ADL taken
te trainen en te verbeteren. Het aantal beats per minute kan worden
afgestemd op de gewenste stapfrequentie.
lees hier verder
(Terug naar boven)
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
organiseert ieder jaar een Zorgheld verkiezing. Uit honderden
gegadigden worden jaarlijks drie potentiële helden per thema
genomineerd. Volgens VWS zijn dat mensen die een uitzonderlijke
bijdrage hebben geleverd aan de zorg. Ik ben ongelofelijk trots dat
ik officieel ben genomineerd als Zorgheld, binnen het thema 'De
Patiënt Centraal'. Er zijn nog twee andere genomineerden, en
diegene met de meeste stemmen wint!
Lees hier verder
(Terug naar boven)
Hanneke Kalf: Atypische
parkinsonismen
Deze week verscheen het
Handbook of Atypical Parkinsonism. Nu verschijnen er
voortdurend nieuwe boeken over bewegingstoornissen, maar dit boek
is bijzonder omdat het wordt afgesloten met een uitvoerig hoofdstuk
over de niet-medische behandeling van atypische parkinsonismen.
Bovendien is het speciaal omdat wij, Hanneke Kalf, Marten Munneke
en Bas Bloem, dat hoofdstuk hebben mogen schrijven. Want voor de
paramedische en multidisciplinaire behandeling van patiënten met
een parkinsonisme wordt naar Nederland gekeken en dat is iets om
trots op te zijn.
Alle parkinsonrichtlijnen beschrijven de behandeling van
uitsluitend patiënten met de idiopatische ziekte van Parkinson en
ook de meeste wetenschappelijke onderzoeken sluiten patiënten uit,
die niet voldoen aan de
UK Brain Bank criteria. Dus de kennis over atypische
parkinsonismen ontwikkelt en verspreidt zich veel langzamer. Toch
waren deze ziektebeelden in de jaren 1960 al bekend. Omdat ze leken
op de ziekte van Parkinson werden ze op den duur 'Parkinson-plus'
syndromen genoemd, maar tegenwoordig spreken we van atypische
parkinsonismen.
De drie redacteuren van het boek, Carlo Colosimo, David Riley en
Gregor Wenning zijn allemaal grote internationale experts op het
gebied van atypische parkinsonismen. Als gastauteur zie ik de rest
van het boek voor het eerst, dus dit is toch een soort
recensie.
Het boek heeft de bescheiden omvang van een proefschrift, maar met
een harde kaft. Tegelijk het is stukken beter te lezen dan een
proefschrift, want het is geschreven voor behandelaars. Inclusief
de introductie bestaat het uit acht relatief korte hoofdstukken. Er
staat dan ook geen woord teveel in, met bovendien veel foto's en
overzichtstabellen. De belangrijkste atypische parkinsonismen
- lewy body dementie (LBD), multisysteem atrofie (MSA),
progressieve supranucleaire paralyse (PSP) en corticobasale
degeneratie (CBD) - worden elk in een hoofdstuk besproken, zowel de
klinische symptomen, het beloop, de pathofysiologie, diagnostiek en
de behandeling. In een ander hoofdstuk staan de secundaire
parkinsonismen, dat wil zeggen veroorzaakt door vasculaire
stoornissen, infecties, medicatie e.d. En tenslotte een hoofdstuk
over de differentiaal diagnose, waarin de diverse ziektebeelden aan
de hand van motorische en niet-motorische symptomen worden
vergeleken: 'essential reading' voor elke clinicus! De
niet-medische behandeling is het laatste hoofdstuk en ik geloof dat
we de kans goed hebben benut om de paramedische en andere
behandelmogelijkheden, inclusief de multidisciplinaire afstemming
en het concept van ParkinsonNet overtuigend te beschrijven.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor neurologen, die
ik van harte het laatste hoofdstuk kan aanbevelen, want ook voor
patiënten met MSA of PSP kunnen paramedici veel betekenen. Sterker
nog, ervaren paramedici zien soms makkelijker de symptomen die
passen bij een atypisch parkinsonisme en kunnen zo een belangrijke
bijdrage leveren aan de diagnostiek en de gevolgen voor de
behandeling. Maar het is tevens een handzaam naslagwerk voor
paramedici, parkinsonverpleegkundigen en andere zorgverleners die
de basisscholing ParkinsonNet hebben gevolgd. Want hoe zat het ook
al weer met die symptomen en wanneer vraagt een patiënt met een
atypisch parkinsonisme een andere benadering dan een
parkinsonpatiënt? En nee, je hoeft het boek niet aan te schaffen
voor onze royalties, want die krijgen we als gastauteurs niet. Dit
was een ereklus, graag gedaan.
(Terug naar boven)
Bas Bloem: Parkinson in de
Media
De afgelopen week stond wat mij betreft heel sterk in het
teken van belangstelling voor ons Parkinson onderzoek in de
media.
Gentherapie Parkinson
Het begon allemaal met een interview in de Volkskant over een
nieuwe vorm van gentherapie bij de ziekte van Parkinson (de Visser
E. Gen verlicht klachten Parkinson. Interview Volkskrant, vrijdag
18 maart 2011, pagina 13). Ik zal hier in een aparte blog aandacht
aan besteden. Heel leuk was dat de Tros hier weer een live
interview aan heeft gewijd tijdens de Nieuws Show op zaterdag
ochtend 19 maart 2011 (dit is terug te horen via
http://radio.tros.nl/?page=detail&p=46230&type=uitzending&col=right&userPage=nieuwsshow).
En zie natuurlijk ook de blog van Rob van den Doel hierover:
/parkinson/b/weblog/archive/2011/03/21/onwikkelingen-op-het-gebied-van-gentherapie.aspx
Lentekriebels
Vervolgens kwam er een heel onverwacht verzoek van Business News
Radio: of ik wat wilde vertellen over lente kriebels. Mijn eerste
reactie was natuurlijk dat ik daar volstrekt geen verstand van heb,
behalve dan de nodige praktijkervaring J. Maar later realiseerde ik
me dat er wel degelijk een link ligt met dopamine, en dus ook met
de ziekte van Parkinson. Het is immers een bekend gegeven dat
mensen met Parkinson als gevolg van dopamine tekort minder zin en
behoefte aan seks hebben; en omgekeerd dat behandeling met dopamine
medicatie (en met name de zogenaamde dopamine agonisten) de
behoefte aan seks kan doen toenemen. Vooral bij jonge mannen met
Parkinson kan dat laatste soms heel vervelende vormen aannemen,
voor zowel de patiënt zelf als voor de partner. Het is daarom goed
dat beide partijen goed alert zijn op deze bijwerking, die ook nog
na jarenlang probleemloos gebruik voor het eerst op kan treden!
Het hele interview is terug te horen op
http://www.bnr.nl/topic/waterkoeler/2011/03/21/lente-doet-leven
en
http://www.bnr.nl/?service=player&type=fragment&articleId=10791&audioId=10783.
De dag erna verscheen ook nog een kort stukje in het Algemeen
Dagblad (22 maart 2011).
Waarom Parkinson patiënten
trillen
Vervolgens verscheen een prachtig artikel van Rick Helmich (een
promovendus uit onze groep) in het gezaghebbende tijdschrift Annals
of Neurology. De Volkskrant heeft hier een vrij uitgebreid stuk aan
gewijd (van Hintum M. Parkinsonpatiënt trilt soms door overijverig
brein. Volkskrant, 25 maart 2011). Het ANP heeft dit bericht weer
overgenomen, en daarna was het interview ook terug te vinden op
diverse websites (onder andere
http://www.nu.nl/gezondheid/2476781/schakelaar-in-hersenen-laat-parkinsonpatient-trillen.html).
Ook over dit artikel zal ik binnenkort een aparte blog schrijven.
En zie natuurlijk ook de blog van Rob van den Doel hierover:
/parkinson/b/weblog/archive/2011/03/27/aan-uitknop-veroorzaakt-trillen-bij-parkinson.aspx
Met hartelijke groet, Bas Bloem
(Terug naar boven)
Bas Bloem: Nucleaire
diagnostiek bij Parkinson (DaT scan en IBZM spect)
Zondag stelde Simone Veersema in deze community een hele
leuke vraag: "Kan iemand mij uitsluitsel geven over in hoeverre
Parkinson aangetoond kan worden via hersenscintigrafie (met resp.
met DaT scan en IBZM spect)? Graag geef ik hieronder het
antwoord.
Klinische diagnostiek
De diagnose ziekte van Parkinson of atypische
parkinsonisme is en blijft echt een "spreekkamer diagnose". Dus:
hoofdzakelijk gebaseerd op een goede anamnese en een goed
lichamelijk onderzoek. Hierbij baseert de neuroloog zich op de
volgende verschijnselen:
- Argumenten die pleiten vóór het bestaan van de ziekte van
Parkinson:
- Een hele duidelijke asymmetrie
- Een rustige, niet al te snelle ziekteprogressie
- Een duidelijke verbetering op Parkinson medicatie
- Ontbreken van argumenten die pleiten tegen het bestaan van de
ziekte van Parkinson (dit zijn de zogenaamde 'red flags', oftewel
alarm symptomen die juist pleiten voor het bestaan van een vorm van
atypisch parkinsonisme). Hier bestaan vele voorbeelden van. Onlangs
nog blogde ik over
ons eigen onderzoek in The Lancet over de waarde van het 'fiets
teken'.
Waarde aanvullend onderzoek
Volgens de
nieuwe Parkinson richtlijn (deze vind je bij MijnZorgnet onder
de Bestanden) is het enige echt zinvolle aanvullende onderzoek in
de vroege fase een MRI scan van de hersenen. Daarnaast bestaan twee
vormen van nucleair geneeskundig onderzoek: een DaT scan en IBZM
spect. De term 'nucleair' slaat op het gebruik van radioactief
gelabelde stoffen, waarmee specifieke hersenstructuren kunnen
worden afgebeeld.
Een DaT scan (DaT staat voor dopamine transporter) kan een
'presynaptisch' dopamine aanmaak tekort aantonen (feitelijk dus het
celverlies in de substantia nigra), maar is geen definitief bewijs
dat het gaat om de ziekte van Parkinson, want ook bij atypisch
parkinsonisme is dit onderzoek vaak afwijkend. Dit onderzoek is
vooral zinvol als je twijfelt of überhaupt sprake is van een
Parkinson syndroom, bijvoorbeeld bij iemand met een mogelijke
essentiële tremor, bij gebruik van medicatie die parkinsonisme als
bijwerking heeft, of bij patiënten met multipele herseninfarcten op
de MRI scan. Als het goed is moet dit onderzoek dus slechts zelden
gebruikt worden. Het is ook duur (zo'n € 1400 per onderzoek). Voor
wetenschappers is het wel een zinvol onderzoek. Je kunt
bijvoorbeeld fraai de progressie van de ziekte van Parkinson
afbeelden, wat heel zinvol kan zijn in wetenschappelijk onderzoek
naar interventies die mogelijk de ziekte van Parkinson zouden
kunnen afremmen. Onderstaande figuur is daarvan een voorbeeld.
Nog minder nut heeft de IBZM spect. Hiermee kun je een
postsynaptische beschadiging aantonen van de receptoren waar
dopamine (en dopamine receptor agonisten) hun werk moeten
uitoefenen. Die receptoren zijn als het waren de sloten waarin de
sleutel (het dopamine) moet passen om de deur te openen. Het
idee achter dit onderzoek is dat deze postsynaptische receptoren
intact zijn bij de ziekte van Parkinson, maar dat deze kapotgaan
bij patiënten met een vorm van atypisch parkinsonisme. Het grote
probleem met dit onderzoek is dat de afwijkingen vaak pas ontstaan
in een hele late fase van de ziekte, en juist niet in de vroege
fase waarin de diagnostische onzekerheid nog het grootst is, en de
behoefte aan aanvullend onderzoek dus juist het meest dringend is.
Bovendien is dit onderzoek bijzonder gevoelig voor verstorende
effecten van medicatie; het gebruik van bijvoorbeeld dopamine
receptor agonisten maakt het onderzoek al volstrekt onbetrouwbaar.
Ik ben zelf daarom helemaal gestopt met het gebruiken van dit type
onderzoek.
Lees verder
(Terug naar boven)
Hanneke Kalf: Observer's
paradox
Speekselverlies is een van de logopedische klachten van
parkinsonpatiënten, maar hoe kom je er achter hoe ernstig het is?
Ik doe daar onderzoek naar en binnenkort komt alles bij elkaar in
een dissertatie, maar laat ik vast beginnen. Via ons Parkinson
Centrum zag ik deze week een parkinsonpatiënt die klaagde over
ernstig kwijlen, hij vond het zelfs het ergste probleem bij zijn
ziekte. Maar zijn eigen logopedist zou gezegd hebben: 'Het valt wel
mee'. Hoe kan dat?
Tijdens het uur dat ik had uitgetrokken om het speekselverlies
van deze patiënt en de behandelmogelijkheden goed in kaart te
brengen, heeft hij geen enkele keer gekwijld, dus de gemiddelde
behandelaar ziet het bij hem inderdaad niet gebeuren. Dat klopt ook
met onze eigen data: bij minder dan 5% is speekselverlies te zien
tijdens een consult. Maar wat gebeurt er in werkelijkheid, namelijk
thuis? Dat bleek onthutsend: hij kwijlt meermalen op een dag,
volgens zijn vrouw zelfs continu. Hij heeft er ook last van met
spreken en eten en zou thuis vaak voorover hangen (maar tijdens het
consult bleef hij rechtop zitten, ogenschijnlijk zonder moeite).
Bovendien slaapt hij veel overdag met open mond vooroverhangend:
kwijlen is dan onvermijdelijk. En ook 's nachts heeft hij altijd
een nat kussen, behalve als hij op zijn rug slaapt. Kortom:
speekselverlies 'volgens het boekje' en maximale scores op de ROMP-speeksel, maar als je het wilt observeren
zie je het niet. Dit is te beschouwen als een voorbeeld van 'observer's
paradox', dat wil zeggen: wanneer je natuurlijk of kenmerkend
gedrag wilt observeren, treedt het gedrag niet op omdat je het
observeert.
Wat houdt dat in voor de praktijk? Bij spreek- en slikklachten
van parkinsonpatiënten is het eerder zo dat de patiënt nog weinig
klachten heeft als de logopedist al duidelijk een stoornis kan
vaststellen. In dit geval is het juist andersom en daar moet de
logopedist altijd op bedacht zijn! Dat betekent: het hele patroon
uitvragen, met of zonder gebruik van een gestandaardiseerde
vragenlijst. Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere stoornissen,
die je in de spreekkamer niet zomaar te zien krijgt, zoals
bijvoorbeeld freezing of gait, waarbij de fysiotherapeut
afhankelijk is van de zelfrapportage van de patiënt. Het uitvragen
is niet alleen belangrijk om de ernst van de klacht van de patiënt
recht te doen, maar ook om behandelmogelijkheden te vinden. Kwijlen
tijdens slapen is vrijwel niet gedragsmatig te behandelen, maar
tijdens spreken en eten meestal wel. Deze patiënt komt nog een keer
terug, onder andere om zich door mij te laten observeren tijdens
het eten. Ik ben benieuwd of de observer's paradox dan opnieuw
toeslaat.
(Terug naar boven)
Hanneke Kalf: Taalstoornissen?
Veel parkinsonpatiënten gaan in de loop van de ziekte
hypokinetisch spreken, dus zachter, mompelend en monotoon. Gelukkig
weten we tegenwoordig vrij goed wat we daar aan kunnen doen. Maar
er is meer aan de hand met het spreken. Het vinden van woorden gaat
trager, een gedachte vasthouden kost meer moeite en op een feestje
aan een gesprek deelnemen wordt steeds lastiger. Nick Miller van de
universiteit van Newcastle liet vorige maand op het ParkinsonNet
Jaarcongres zien welke taalstoornissen bij parkinsonpatiënten kunnen
voorkomen. Het zijn talige stoornissen die we onder andere ook
kennen van patiënten met rechter hemisfeerlesies en patiënten met
een dementiesyndroom. Nick liet ook zien met welke taken je de
diverse stoornissen zou kunnen opsporen. Maar de vraag blijft
natuurlijk of en hoe we het met gericht behandelen kunnen
verbeteren. Wat we tot nu toe bedacht hebben is (aanbeveling 21 van
de richtlijn): "De logopedist heeft een taak in het geven van
inzicht in en het vinden van compensaties bij taalstoornissen en
communicatieve problemen, die niet worden veroorzaakt door een
slechtere verstaanbaarheid." Tja, meer is het niet, maar we weten
eerlijk gezegd evenmin of en hoe het zinvol is om talige
stoornissen bij RH-lesies en dementie te behandelen met
oefeningen.
Maar er was nog een congres te gaan. Op vrijdag 10 december
stonden communicatieve stoornissen van volwassenen centraal op een
PAO-symposium in Nijmegen. We hadden diverse sprekers uitgenodigd,
o.a. over een project over de logopedische behandelmogelijkheden
bij dementie (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen met UMC St
Radboud). Er blijken enkele logopedisten te zijn die veel
dementiepatiënten behandelen en begeleiden, maar de meeste
dementiepatiënten worden nog helemaal niet verwezen, terwijl de
communicatieve problemen en frustraties van zowel de patiënt als de
mantelzorgers duidelijk aanwezig zijn. Iedereen is benieuwd wat dit
project aan nieuwe inzichten gaat opleveren, die wellicht ook
behulpzaam kunnen zijn bij parkinsonpatiënten met cognitieve
stoornissen (nee, nog geen website). Een andere presentatie over
een aanpak die mogelijk iets kan opleveren bij de behandeling van
parkinsonpatiënten was die van Joan Murphy (universiteit van
Stirling) over Talking Mats. De volgende dag verzorgden Joan
en haar collega Lois Cameron een cursus voor 22 logopedisten over
Talking Mats en in de loop van die dag begon het me te dagen. Het
werken met Talking Mats is inderdaad géén behandeltechniek, maar
een manier om een patiënt met cognitieve of communicatieve
problemen te helpen zijn gedachten te ordenen en te uiten.
Bijvoorbeeld om behandeldoelen te prioriteren, of wensen of
knelpunten duidelijk te krijgen. Het deed me ook aan NLP denken en
het kan gebruikt worden door allerlei behandelaars en begeleiders,
dus beslist niet enkel door logopedisten.
Maar hoe kunnen we daar met parkinsonpatiënten iets mee? Het is
geen techniek om een cognitief trage parkinsonpatiënt weer op een
verjaardag te kunnen laten meepraten. Maar elke inventieve
zorgverlener zou het kunnen gebruiken om een parkinsonpatiënt te
helpen die bijvoorbeeld moeite heeft om te beslissen wat hij zelf
het grootste probleem vindt dat aandacht verdient. Of, toch weer
logopedisch, om duidelijk te maken met welke gesprekspartners hij
makkelijk, redelijk of moeilijk kan praten. En dan een stap verder:
welke factoren bepalen voor deze persoon wat een makkelijke,
redelijke of moeilijke gesprekspartner is (tempo, volume, geduld,
humor, vertrouwdheid enz.). Meer gegevens over Talking Mats volgen
een verslag in Logopedie en Foniatrie, maar ik heb de cursisten die
lid zijn van ParkinsonNet, uitgenodigd om hun ervaringen met ons te
delen in het forum van deze community.
Tenslotte een video met hilarische versprekingen, naar
aanleiding van een opmerking van parafasieënexpert Evy Visch
(Erasmus MC), ook een spreker op 10 december. Voor de
niet-logopedisten: wordt hier een spraakstoornis of een
taalstoornis gespeeld?
U kunt op deze blog reageren via MijnZorgnet.nl
(Terug naar boven)
Maarten Nijkrake: Proefschrift
ParkinsonNet
Op maandag 29 november heb ik mijn proefschrift getiteld
'Improving the quality of allied health care in Parkinson's disease
through community based networks: the ParkinsonNet health care
concept' met success verdedigd aan de Radboud Universiteit
Nijmegen. In dit proefschrift beschrijf ik de totstandkoming van
het ParkinsonNet aan de hand van een stapsgewijs proces.
De eerste stap hierbij was het in kaart brengen van de sterke en
zwakke punten van de toenmalige paramedische zorg. Om de gevonden
knelpunten op te kunnen lossen is het ParkinsonNet ontwikkeld en
uitgeprobeerd in de regio Nijmegen. De positieve reacties van
zorgverleners in deze regio leidde er toe dat ik de meerwaarde van
het ParkinsonNet ben gaan onderzoeken in een grote landelijke
studie. Hierbij zijn 8 regio's met een ParkinsonNet vergeleken met
8 regio's zonder ParkinsonNet. De bevindingen laten zien dat de
kwaliteit van zorg in ParkinsonNet regio's aanzienlijk toeneemt.
Bovendien blijken de jaarlijkse zorgkosten in de ParkinsonNet
regio's jaarlijks bijna 1400 euro lager. Deze bevindingen hebben er
dan ook toe geleid dat heel Nederland momenteel gedekt is door
ParkinsonNet netwerken. Samengevat heeft het proefschrift laten
zien dat door juist te investeren in kwaliteit van zorg er op
termijn kosten bespaard kunnen worden, dit in tegenstelling tot
bezuinigingen die vaak gepaard gaan met juist een verlies aan
kwaliteit van zorg.
Tot slot wil ik nog een leuke bevinding van mijn promotieonderzoek,
welke niet gepubliceerd is, met u delen. ParkinsonNet zorgverleners
gaven in evaluatielijsten met regelmaat aan naast de scholing ook
vooral van elkaar te leren bijvoorbeeld tijdens de regionale
seminars. Door komst van een ParkinsonNet community binnen
MijnZorgnet denk ik dat er een middel voorhanden is gekomen waarmee
we nog makkelijker en vaker ervaringen met elkaar kunnen delen. Ik
zal mijn collegae dan ook willen uitnodigen om vragen of relevante
bevindingen te melden op het ParkinsonNet forum zodat iedereen
hiervan kennis kan nemen. Daarnaast heb ik mij voorgenomen om
maandelijks een blog te gaan schrijven over fysio-/oefentherapie
gerelateerde onderwerpen bij de ziekte van Parkinson. Suggesties
voor onderwerpen van jullie kant zijn hierbij natuurlijk ook van
harte welkom!
Maarten Nijkrake
ParkinsonNet coördinator fysiotherapie & oefentherapie
U kunt op deze blog reageren via MijnZorgnet.nl
(Terug naar boven)
Hanneke Kalf: Spiegelneuronen
30-11-2010 - Hieronder geeft gastblogger Hanneke Kalf
(logopedist/ onderzoeker, ParkinsonNet) haar visie weer op de
praktische consequenties voor o.a. de logopedische behandeling van
patiënten, naar aanleiding van de lezing van prof. Theo Mulder
tijdens het ParkinsonNet jaarcongres van zaterdag 27
november.
Wie op het ParkinsonNet Jaarcongres van afgelopen zaterdag naar
de lezing van prof. Theo Mulder heeft geluisterd, weet wat
spiegelneuronen zijn. Samengevat: het zijn de neuronen die niet
alleen actief zijn als we zelf een handeling uitvoeren, maar ook
als we ons voorstellen een handeling uit te voeren of een ander een
handeling zien doen. Een handeling is in dit geval bewegen, iets
uitvoeren, spreken, maar ook een emotionele ervaring.
Spiegelneuronen maken het ons mogelijk om gedrag te imiteren,
gedrag in gedachten te oefenen, gedrag van anderen te begrijpen en
sociale, empatische mensen te zijn. Meer over lezen? Google
'spiegelneuronen' en je bent even zoet. Of zoek met 'mirror neurons
rehabilitation' in www.pubmed.gov en je vind de
laatste wetenschappelijke publicaties over toepassingen in
neurorevalidatie.
Nu bestaat deze kennis al bijna 15 jaar en iedereen heeft er wel
eens van gehoord, maar toen ik naar Theo Mulder luisterde, snapte
ik opeens waarom ik een bepaalde adviezen aan collega's geef, die
vragen hebben over de behandeling van parkinsonpatiënten. Bert de
Swart en ik krijgen als docenten voor logopedisten in ParkinsonNet
geregeld vragen over de beste manier om een parkinsonpatiënt tot
luider (=verstaanbaarder) spreken te krijgen. Bij milde patiënten
is dat vrij eenvoudig, maar bij patiënten met een ernstiger
hypokinetische dysartrie kan het lastig zijn, of lukt het wel even,
maar zakt de patiënt snel terug in zijn gebruikelijke
hypokinetische spreken. Op dag 3 van de scholing, als we
opnames van behandelsessie bekijken, is dat goed te zien. Wat dan
opvalt is veel logopedisten geneigd zijn om te voorzichtige
feedback te geven; ze zijn net te aardig. En daar heeft een
parkinsonpatiënt niets aan, want die heeft juist extra informatie
en feedback nodig om zijn motoriek te kunnen aanpassen. Maar nog
belangrijker is misschien wel: de juiste techniek goed en
consequent voordoen. Juist verbale interactie is bij uitstek
geschikt voor voortdurende imitatie, dus het aanspreken
van spiegelneuronen! Is dat de reden dat Amerikaanse collega's
tegen hun parkinsonpatiënten schreeuwen? In de verwachting dat ze
terugschreeuwen? Dat doen wij liever niet, maar luid (en laag)
spreken consequent voordoen is wèl essentieel. Het einddoel is
natuurlijk om de betere spreektechniek zó te hebben ingeslepen dat
de parkinsonpatiënt het niet meer als schreeuwen ervaart en daarom
is intensief behandelen absolute noodzaak.
Een ander aspect van spiegelneuronen is 'motor imagery', het in
gedachten oefenen van een handeling. De toepassing daarvan in de
revalidatie van CVA-patiënten is hoopvol, o.a. beschreven door
Sjoerd de Vries & Theo Mulder (
J Rehabil Med 2007; 39: 5-13). En in de behandeling van
parkinsonpatiënten? Volgende keer meer hierover, maar reacties op
deze blog zijn ook zeer welkom!
U kunt op deze blog reageren via MijnZorgnet.nl
(Terug naar boven)
Zijn dokters goed
voor de wetenschap?
In 1993 werd in het gezaghebbende tijdschrift The Lancet
een heftige discussie gevoerd over de vraag of het doen van
wetenschap goed was voor dokters (1). Het antwoord was
waarschijnlijk ja, aldus The Lancet, want door het doen van
wetenschap zouden dokters vanzelf ook meer kritisch worden. En die
vaardigheid zou ze vervolgens goed kunnen helpen bij het op waarde
schatten van wetenschappelijke publicaties op hun eigen vakgebied.
Immers: niet alles wat in de krant staat geschreven is waar, en dat
geldt zeker ook voor de wetenschap. Zelfs artikelen in
wetenschappelijke toptijdschriften als The New England Journal of
Medicine zijn niet gespeend van statische fouten (2;3). Denk maar
eens aan de fameuze uitdrukking "Lies, damned lies, and
statistics", die wordt toegeschreven aan de Engelsman Charles
Wentworth Dilke (1843-1911). Wetenschap lijkt dus goed te zijn voor
dokters.
De vraag omdraaien
Maar de vraag is of dokters wel zo goed zijn voor de
wetenschap. Bezwaren zijn eenvoudig te bedenken: dokters zijn
bijvoorbeeld in het algemeen niet heel goed opgeleid voor het doen
van wetenschappelijk onderzoek. En bovendien hebben ze het vaak
veel te druk; goed wetenschappelijk onderzoek doe je immers niet
'even' tussen twee patiënten door. Toch ben ik persoonlijk van
mening dat dokters (en andere zorgverleners).....
Het volledige blogbericht kunt u lezen op de website MijnZorgnet.nl
(Terug naar boven)
Slaap en Parkinson: een tweesnijdend
zwaard
Veel patiënten met de ziekte van Parkinson (of een vorm
van atypisch parkinsonisme) hebben moeite met slapen. Ze ervaren
dat, om heel begrijpelijke redenen, als buitengewoon invaliderend!
Wanneer patiënten gevraagd worden voor welke medische problemen zij
het liefste aandacht willen hebben, blijkt dat slaapstoornissen
opvallend vaak in de top drie eindigen!
Aard van de slaapproblemen
Eigenlijk zijn er twee hoofdgroepen van slaapproblemen:
(1) een gestoorde nachtelijke slaap ; en (2) moeite met wakker
blijven overdag. En die twee hangen natuurlijk vaak met elkaar
samen: als je 's nachts slecht slaapt val je overdag gemakkelijker
in slaap. En dat kan grote gevolgen hebben! Denk maar eens aan het
inslaap vallen terwijl je achter het stuur van een auto zit …
Oorzaken van de slaapstoornissen
Dit is buitengewoon complex. Voor een deel worden de
slaapstoornissen veroorzaakt door de ziekte van Parkinson zelf. En
voor een deel kan ook de medicatie de schuld gegeven worden. Omdat
er zoveel verschillende oorzaken zijn, en ook omdat het veel
ervaring vergt om hier goed achter te komen, is het waarschijnlijk
verstandig om een echte expert naar de slaapstoornissen te laten
kijken. Een neuroloog of geriater met veel ervaring in de Parkinson
komt vaak een heel eind. Maar soms is een beoordeling door een
slaapexpert noodzakelijk. Die heeft niet alleen veel ervaring met
de begeleiding en de behandeling van slaapstoornissen, maar
beschikt ook over geavanceerde diagnostiek om de aard van de
slaapstoornissen goed in kaart te brengen.
Hiervoor moeten patiënten in de regel een nacht in het
ziekenhuis slapen, waarbij ze allerlei apparatuur krijgen
aangemeten die de nachtelijke slaap heel nauwkeurig kan
registreren.....
Het volledige blogbericht kunt u lezen op de website MijnZorgnet.nl
(Terug naar boven)
De patiënt en nieuwe
geneesmiddelen
Dit weekeinde ben ik teruggekeerd van het tweede World
Parkinson congres, dat gehouden werd in Glasgow. Het bijzondere aan
dit congres was dat het bedoeld was voor zowel professionals
(zorgverleners / wetenschappers) als voor patiënten en hun naasten.
Een echt gemengd congres dus. Hiermee was dit eigenlijk een
voorschot op een toekomst waarin patiënten en professionals veel
intensiever met elkaar samenwerken.
Nog veel werk aan de winkel
Toch bleek ook op dit congres dat nog ongelooflijk veel werk aan
de winkel is. Het lastige van de gekozen formule was dat veel
sessies voor beide doelgroepen net niet aan de verwachtingen
voldeden: het was vaak wat te oppervlakkig voor de professionals,
en soms nog te ingewikkeld voor de patiënten. Bovendien bleek in de
wandelgangen (en ook uit de aard van veel voordrachten) dat de
meeste professionals nog niet zo heel veel moeten hebben van een
actieve betrokkenheid van patiënten. Theoretisch vinden ze het
misschien aantrekkelijk, maar in de praktijk is het nog lastig te
implementeren, is een veelgehoorde mening.
Hoogtepunt
Maar er waren wel degelijk hoogtepunten te noteren. Wat mij
betreft was sessie die handelde over de ontwikkeling van nieuwe
geneesmiddelen voor Parkinson veruit de meest bijzondere van het
hele congres. Deze sessie was georganiseerd door Mary Baker,
oud-voorzitter van de Engelse Parkinson patiëntenvereniging en
momenteel onder andere President van de European Federation of
Neurological Associations en Vice President van de European Brain
Council. Zie voor de vele andere activiteiten van deze
indrukwekkende vrouw de volgende link: http://www.parkinsonsappeal.com/aboutus/marybaker.html
Trage ontwikkeling van nieuwe
geneesmiddelen
Mary Baker had deze sessie georganiseerd omdat zij zich erg
opwond over het feit dat nieuwe geneesmiddelen voor de ziekte van
Parkinson er verschrikkelijk lang over doen om ter beschikking te
komen van patiënten.....
Het volledige blogbericht kunt u lezen op de website MijnZorgnet.nl
(Terug naar boven)
Zelf beoordelen van
afwijkende bewegingen
Rob van de Doel, een nieuwe gebruiker van MijnZorgnet,
vroeg of ik eens aandacht wilde besteden aan het feit dat veel
patiënten moeite hebben om onwillekeurige bewegingen te
omschrijven. Dat was een hele leuke en zeer relevante vraag!
Inderdaad is het zo dat heel veel patiënten hier moeite mee hebben.
En dat terwijl het onderscheid tussen de verschillende soorten van
bewegingen heel belangrijk is voor de behandeling.
Een voorbeeld
Een voorbeeld dat veel voorkomt bij mij in de spreekkamer is de
verwarring tussen de tremor (het trillen, dit is een uiting van de
ziekte zelf) versus de zogenaamde dyskinesieën (oftewel de
overtollige bewegingen, die juist een bijwerking zijn van de
Parkinson medicatie). Het onderscheid hiertussen is erg belangrijk!
Als patiënten te veel last hebben van het trillen moet de medicatie
verhoogd worden. Maar als het feitelijk gaat om de overtollige
bewegingen moet doorgaans de medicatie juist verlaagd worden. Maar
evengoed kunnen patiënten moeite hebben om bijvoorbeeld dystonie
(een afwijkende stand van een lichaamsdeel ) goed te
beschrijven.
Is het oordeel van de patiënt belangrijk?
Nou en of! Het probleem voor in de spreekkamer is namelijk dat
de dokter slechts een momentopname ziet van de patiënt. En dat
terwijl de problemen in de regel juist heel erg wisselen, van
moment tot moment binnen de dag, maar ook tussen verschillende
dagen. De dokter moet dan ook vaak vertrouwen op het verhaal van de
patiënt of van de partner of andere mantelzorger.
Kinesia paradoxa
Soms ontbreken de symptomen zelfs geheel in de spreekkamer. Het
beruchtste voorbeeld is het bevriezen van de benen tijdens het
lopen. Thuis kunnen patiënten hier verschrikkelijk veel last van
hebben, maar het wonderlijke is dat dit symptoom vaak veel minder
heftig aanwezig is of zelfs helemaal niet te zien is wanneer een
dokter de patiënt onderzoekt. Dat leidt natuurlijk tot grote
frustratie bij zowel de patiënt als de omgeving, dat zult u
begrijpen! Dit fenomeen heet kinesia paradoxa, ik zal daar later
nog eens wat uitgebreider op terugkomen.
De Meerwaldt kaart
Een mogelijke oplossing om de klachten in de thuissituatie beter
in kaart te brengen is de zogenaamde Meerwaldt kaart. Hierop kan de
patiënt of mantelzorger met kleuren aangeven hoe goed of hoe slecht
de medicatie op de verschillende tijdstippen van de dag werkt. Maar
het grote probleem hierbij is nog steeds dat de patiënt zelf goed
de symptomen moet herkennen, en dat is lang niet altijd het geval.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik daarom zelf geen grote voorstander
ben van de Meerwaldt kaart, althans niet voor de meerderheid van
mijn patiënten. Uiteraard zijn er natuurlijk wel degelijk patiënten
geweest die deze kaart op voortreffelijke wijze hebben
ingevuld.
Nieuwe objectieve methoden
Er is dan ook veel aandacht voor nieuwe objectieve methoden die
de klachten van de patiënt nauwkeurig kunnen meten in de
thuissituatie. Hiervoor zijn inmiddels diverse apparaten
ontwikkeld. Het is inmiddels technisch mogelijk om het onderscheid
te maken tussen een goed of een slecht effect van de medicatie (ON
fase versus OFF fase). Ook kunnen de overtollige bewegingen
objectief worden gemeten. Daarnaast wordt momenteel veel onderzoek
gedaan naar het objectief meten van bijvoorbeeld valincidenten of
het optreden van bevriezen van de benen. In het wetenschappelijke
laboratorium lijken deze methoden steeds beter te gaan werken. De
uitdaging is vooral om de meetapparatuur op een comfortabele wijze
te bouwen, zodat de patiënt deze bijna ongemerkt en vooral ook
onzichtbaar voor de omgeving kan dragen.
Een andere uitdaging is de levensduur van de batterijen, omdat
de patiënt bij voorkeur natuurlijk langere tijd gemeten moet
worden. En het liefste zou de patiënt het apparaat na afloop simpel
in een computer willen steken, zodat alle informatie meteen naar de
dokter toegaat. Technisch is dit waarschijnlijk niet ver weg meer,
maar deze methoden worden vooralsnog niet in de klinische praktijk
toegepast.
Het trainen van patiënten
Persoonlijk zie ik vooral veel heil in het veel beter 'trainen'
van de patiënten en de mantelzorgers in het juist herkennen van de
symptomen van de Parkinson. Dit kan bijvoorbeeld door patiënten
video's te laten zien van verschillende patiënten die bepaalde
symptomen laten zien. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als we een
collectie van deze video's via MijnZorgnet beschikbaar kunnen
stellen voor patiënten. De website leent zich daar uitstekend voor.
Uiteraard moet dit soort videomateriaal dan wel ontwikkeld worden
in nauwe samenwerking met de patiënten!
(Terug naar boven)
Substitutie in de zorg
Afgelopen vrijdag stond voor mij helemaal in het teken van
afscheid. Twee personen die elk op een verschillende manier veel
voor het UMC St. Radboud hebben betekend namen die dag afscheid, en
beiden met een prachtig symposium.
Lidy Tinselboer
Eén van deze twee personen was Lidy Tinselboer,
Parkinsonverpleegkundige van de afdeling neurologie. Lidy is
jarenlang een boegbeeld geweest van de Parkinson zorg in Nijmegen.
Bovendien was zij een pionier in haar veld: als allereerste
Parkinsonverpleegkundige in Nederland vormde zij een voorbeeld voor
velen die na haar kwamen. En belangrijker nog: zij heeft door de
voortreffelijke manier waarop ze invulling gaf aan haar taken de
rol van de Parkinsonverpleegkundige definitief op de kaart gezet.
Zelf hecht ik veel waarde aan de rol van de
Parkinsonverpleegkundige, die op verschillende manieren tot uiting
kan komen. Naast de meer 'klassieke' verpleegkundige taken
(bijvoorbeeld het beoordelen hoe goed Parkinson patiënten de blaas
kunnen ledigen tijdens het plassen) is de Parkinsonverpleegkundige
de afgelopen jaren steeds meer een aanvullende rol gaan spelen
naast de neuroloog. Uitleg aan patiënten is een cruciaal en door
patiënten zeer gewaardeerd onderdeel van het takenpakket geworden.
Ook is de Parkinsonverpleegkundige vaak het eerste aanspreekpunt
voor de patiënten, en is hierin vaak veel beter bereikbaar dan de
medisch specialist. Maar ook speelt in veel centra de
Parkinsonverpleegkundige een hele belangrijke rol als coördinator
van het multidisciplinaire team. Ik heb Lidy dan ook vaak de 'spin
in het web' genoemd (maar dan wel een hele lieve spin!).
Substitutie door de verpleegkundige
De laatste jaren is de taak van de Parkinsonverpleegkundige
verder uitgebreid, en is in toenemende mate sprake van substitutie
van de taken van de medisch specialist. In veel centra worden de
patiënten op het controlespreekuur afwisselend gezien door de
Parkinsonverpleegkundige en de neuroloog. Parkinsonverpleegkundigen
zijn heel goed in staat om uitleg te geven over de medicatie en het
begeleiden van aanpassingen van de doseringen. Dit heeft een
verdere vlucht genomen met de introductie van de Nurse
Practitioner, een gespecialiseerde verpleegkundige die na een
opleiding van twee jaar in staat is om verregaand betrokken te zijn
bij bijvoorbeeld het medicamenteuze beleid, uiteraard in nauwe
samenspraak met de specialist. In ons ziekenhuis heeft Martha
Huvenaars deze opleiding succesvol afgerond, en zij heeft zich
inmiddels op een geweldige manier ontplooid. Feitelijk ben ik door
deze ontwikkelingen als neuroloog voor een aantal van mijn
verrichtingen overbodig geworden, en worden diverse
medisch-specialistische taken uitstekend verricht door Martha, maar
wel tegen een veel lagere kostprijs!
Andere voorbeelden van substitutie
Deze ontwikkelingen zijn eenvoudigweg niet meer tegen te houden!
Inmiddels bestaat ook de opleiding tot Physician Assistant, die
eveneens goed in staat is om verschillende medisch-specialistische
taken te vervullen. En in Twente worden Technisch Geneeskundigen
opgeleid, een nieuwe tak van sport in de geneeskunde die het vacuüm
tussen geneeskunde en techniek kan opvullen. De eerste Technisch
Geneeskundigen hebben de afgelopen jaren met veel succes stage
gelopen in het UMC St. Radboud.
Al deze vormen van substitutie in de zorg kunnen ervoor zorgen
dat de kwaliteit van de zorg verder toeneemt, terwijl
tegelijkertijd de kosten van de zorg beheersbaar blijven.
Professor Richard Grol
De tweede persoon, Prof.dr. Richard Grol, was ook al zo'n
boegbeeld van het UMC St. Radboud, maar op een heel ander gebied,
namelijk de kwaliteit van de zorg. Binnen deze blog ontbreekt het
mij volstrekt aan ruimte om de talloze functies en prestaties van
Richard Grol recht te kunnen doen. Vrijdag nam hij op
indrukwekkende wijze afscheid in Concertgebouw de Vereeniging,
tijdens de zeer druk bezochte 2de Conferentie van IQ healthcare
'Betere kwaliteit en veiligheid in de zorg: wat werkt?' Mij was de
grote eer te beurt gevallen om Richard toe te mogen spreken in de
plenaire sessie van dit congres. Hierbij heb ik mijn visie gegeven
op de cruciale rol die patiënten kunnen spelen bij het borgen van
de kwaliteit van zorg, en ook bij het beheersbaar houden van de
kosten van deze zorg. Via MijnZorgnet.nl gaan we hier de komende
jaren ook echt gestalte aan geven, samen met u! Op het einde van
mijn voordracht noemde ik Richard een ware 'klasbak', en dat is nog
een understatement als het gaat om zijn enorme bijdragen aan de
Nederlandse en internationale gezondheidszorg!
Onvervangbaar …
Tsja, in deze blog over 'substitutie' realiseer ik mij nu dat
deze twee personen zelf helemaal niet in aanmerking komen voor
substitutie, maar allebei volstrekt onvervangbaar waren, zowel qua
persoonlijkheid als wat betreft de geweldige kwaliteit waar ze voor
stonden. Ik wens hen allebei vanaf deze plek nogmaals het
allerbeste, en ik hoop dat hun werk een bron van inspiratie mag
blijven voor eenieder die kwaliteit van zorg en patiëntgerichtheid
een warm hart toedraagt!
(Terug naar boven)
Afscheid
van de allereerste parkinsonverpleegkundige
De eerste parkinsonverpleegkundige van Nederland neemt
afscheid van het UMC St Radboud. Op een bevlogen manier zette Lidy
Tinselboer nationaal en internationaal de functie van
parkinsonverpleegkundige op de kaart. 'Ik ben er trots op dat het
beroep zich zo geprofessionaliseerd heeft.'
'Als eenling kun je niets bereiken. Vandaar dat ik collega's ben
gaan bellen om samen verder te komen. Zo is het balletje gaan
rollen', is de bescheiden analyse van Lidy Tinselboer over haar
pionierswerk als eerste parkinsonverpleegkundige in Nederland. Op
10 september wordt Tinselboer geëerd met een symposium in het
Auditorium. Het Radboud neemt dan afscheid van een bijzonder
betrokken en deskundige parkinsonverpleegkundige en van haar als
opleider en (mede)ontwikkelaar van de landelijke basis- en
vervolgcursus voor parkinsonverpleegkundigen. Daarnaast was
Tinselboer voorzitter van de landelijke werkgroep van
parkinsonverpleegkundigen, en laat ze ook internationaal haar
sporen na.
Lees
hier het volledige interview in De Radbode
Ter
gelegenheid van het afscheid van Lidy vindt op vrijdag 10 september
2010 een symposium plaats in het Auditorium van het UMC St
Radboud. Tijdens deze middag wordt 'de
parkinsonverpleegkundige' vanuit verschillende perspectieven
belicht.
(Terug naar boven)
De geneesheer van de Chinese
keizer
Na drie heerlijke weken vakantie ben ik weer lekker aan de
slag gegaan! Zo'n vakantie is natuurlijk goed om heel veel redenen,
al was het maar omdat je eindelijk weer eens de tijd hebt om rustig
een goed boek te lezen. Hoewel ik veel gelezen heb wil ik graag
twee boeken speciaal onder uw aandacht brengen.
Shannon Brownlee. Overtreated: Why too much medicine is
making us sicker and poorer.
Dit boek is van een Amerikaanse journalist, en
behandelt een aantal schrijnende wantoestanden in de Amerikaanse
gezondheidszorg. Terecht vraagt de auteur zich af waarom er
miljarden omgaan in de zorg in Amerika, terwijl de kwaliteit toch
nog te wensen overlaat. Op een messcherpe wijze fileert Brownlee
het hele Amerikaanse systeem van vergoedingen voor medisch
specialisten, en met name het feit dat dokters beloond worden voor
het doen van steeds meer verrichtingen. Dit leidt onvermijdelijk
tot een toename van de medische kosten. Deze zijn de afgelopen
jaren in Amerika dan ook op ongelooflijke wijze gestegen. En
bovendien is de dokter hierdoor de patiënt grotendeels uit het
zicht verloren! Het is daarom dringend noodzakelijk om te gaan
zoeken naar alternatieven voor deze zogenaamde 'fee for service'
vergoeding. Het interessante is dat dit al vele eeuwen geleden is
uitgevonden. Wist u dat de geneesheer van de Chinese keizer werd
betaald voor elke dag dat de keizer NIET ziek was?! Met andere
woorden: deze dokter werd beloond voor gezondheid, en niet voor het
doen van verrichtingen. Ik denk dat het hoog tijd is dat we hier in
Nederland ook naar toe gaan. En het succes van de behandeling wordt
dan niet langer exclusief bepaald door de dokter, maar ook en
vooral door de patiënt waar het immers om gaat, en zijn of haar
naaste omgeving. Het gaat uiteindelijk om de tevredenheid van de
klant! Dat de medisch specialist voor het leveren van de medische
diensten vervolgens een fatsoenlijke standaard vergoeding krijgt is
natuurlijk alleszins te billijken, maar een vergoeding per
verrichting zou wat mij betreft snel tot het verleden moeten
behoren. De kosten van de zorg worden dan beter beheersbaar, en het
zou me niet verbazen als de kwaliteit hierdoor ook verbetert.
Marc Pomp. Een beter Nederland: de gouden eieren van de
gezondheidszorg.
Het tweede boek is van Nederlandse bodem. Het is geschreven door
Marc Pomp, een econoom die ook adviseur is van het ministerie van
VWS. Ook in dit boek staan de kosten van de gezondheidszorg
centraal, maar ditmaal met een ander en niet minder interessant
perspectief. Op basis van een aantal aannames, maar ook op basis
van goede wetenschappelijke publicaties, betoogt Pomp dat de kosten
van de Nederlandse gezondheidszorg weliswaar hoog zijn, maar dat de
zorg nog altijd meer oplevert aan gezondheidswinst dan zij kost.
Dit geldt hoofdzakelijk voor de zogenaamde curatieve
gezondheidszorg, maar het lijkt aannemelijk dat ook de chronische
zorg in bijvoorbeeld verpleeghuizen winst oplevert. En bij winst
moet u dan denken aan kwaliteit van leven, maar ook bijvoorbeeld
aan een betere gezondheid waardoor burgers langer en kwalitatief
beter kunnen participeren in het arbeidsproces. Aardig dus om de
zorg niet alleen als bron van kosten te beschouwen, maar ook als
een zinvolle investering. En dan hebben we het nog niet eens over
het feit dat innovaties in de zorg kunnen bijdragen aan Nederland
als kenniseconomie, waarbij wij als rolmodel kunnen fungeren voor
de ons omringende landen, en onze kennis over zorg kunnen
exporteren. Ook dit levert weer winst op, niet alleen financieel,
maar ook in termen van reputatie en aanzien.
Bekijk hier een recent item uit het NOS journaal
over dit boek
Voor Jan Kremer en mij vormt dit soort literatuur een extra
motivatie om nog harder te gaan werken aan een gezondheidszorg waar
patiënten daadwerkelijk centraal staan, en een actieve bijdrage
kunnen leveren aan hun eigen gezondheid. We hebben de afgelopen
weken weer goede stappen gezet met het verder verbeteren van de
website MijnZorgnet.nl, maar er blijft natuurlijk nog
veel werk aan de winkel! Uw hulp en steun is daarbij onmisbaar, dus
bij deze andermaal een hartelijke uitnodiging om op uw gemak eens
rond te kijken op de website, en een actieve bijdrage te leveren op
bijvoorbeeld het forum, of door actief te worden binnen één van de
bestaande communities.
Tot volgende week!
Hartelijke groet, Bas Bloem
(Terug naar boven)
Zomer
blog
Op de valreep nog mijn wekelijkse blog, voor ik heerlijk
3 weken op vakantie ga naar Italië. U zult mijn bijdrage dus even
moeten missen. Ik heb wel inmiddels een aantal leuke verzoeken
binnengekregen om na de zomervakantie te behandelen. De
eerstvolgende zal gaan over Muziek en Parkinson, een fascinerend
onderwerp waar ik met een goed glas Italiaanse wijn nog eens rustig
mijn gedachten over zal laten gaan. Voor nu wilde ik iets heel
anders met u delen. Ik ben zelf geabonneerd op het NRC, en één van
de dagelijkse hoogtepunten is voor mij de rubriek ik@nrc.nl. Dit staat op de achterpagina
en bevat korte bijdragen die door de lezers van de krant zelf zijn
geschreven. Het zijn vaak leuke en soms ook heel ontroerende
anekdotes over hele alledaagse zaken. Vorige week stond een waar
pareltje afgedrukt, uit het leven gegrepen. In weinig woorden
wordt eigenlijk alles gezegd, over de liefde die nooit aflaat, maar
ook over de ongelooflijke impact die neurologische ziekten kunnen
hebben. Niet alleen op patiënten, maar ook op de partner en andere
mensen in de omgeving. Ik vond het zo aangrijpend mooi dat ik het
graag met u wil delen:
Bosrandgeluk
Als we door een bos rijden, zegt ze opeens: "Als je straks ophoudt
met werken, wil ik met jou in een huisje aan de bosrand wonen, met
een tuin, een moestuintje en een weitje."
Ik brom instemmend.
Na een poosje keren we terug.
Zij (83) naar het verpleeghuis.
Ik (89) naar het huisje aan de bosrand met een tuin, een
moestuintje en een weitje, waar we ruim dertig jaar heel erg
gelukkig waren.
Met grote dank aan de auteur, Dhr W. VAN DER REIJDEN
(Terug naar boven)
De waarde van case
reports
Wat is een case report?
Als dokters of wetenschappers het hebben over "case reports"
bedoelen ze daarmee observaties die gedaan zijn bij een enkele
patiënt. In de wetenschappelijke wereld wordt daar nogal besmuikt
naar gekeken. Denk maar aan de bekende uitdrukking "één zwaluw
maakt nog geen zomer". Zo kun je je evengoed afvragen wat nou de
waarde is van een bevinding bij één enkel individu, hoe boeiend die
ook mag zijn. Van een geneesmiddel knapt altijd wel iemand op, is
een bekende uitspraak van criticasters van de case reports. De
gouden standaard in de wetenschappelijke wereld is dan ook de
zogenaamde "randomised clinical trial": doorgaans grootschalig
onderzoek bij vaak wel honderden patiënten, en waarbij de patiënten
door het lot worden toegewezen aan ofwel een echte behandeling,
ofwel een nep behandeling.
Een pleidooi voor case reports.
Toch wil wil ik hier graag een lans breken voor de case reports of,
in bredere zin, de grote waarde van het kijken naar individuele
patiënten. Natuurlijk is het zo dat de wetenschappelijke waarde van
een case report laag is. Maar de waarde is niet nul, zoals ten
onrechte wel wordt beweerd. De bewijslast is weliswaar laag, maar
het is wel degelijk bewijs! En zo kunnen opvallende bevindingen bij
individuele patiënten wel degelijk een goede aanleiding vormen voor
verder aanvullend onderzoek, aldus de beroemde epidemioloog Prof.
Jan Vandenbroucke uit Leiden. Een heel mooi voorbeeld is een case
report die ikzelf enkele maanden geleden heb gepubliceerd in het
gezaghebbende tijdschrift The New England Journal of Medicine.
Hierin beschreven wij een Parkinson patiënt die een dusdanig
ernstige loopstoornis had dat hij bijna geen voet meer voor de
andere kon zetten. Maar tijdens het interview vertelde deze patiënt
mij dat hij nog heel goed kon fietsen, en de dag ervoor zelfs nog
10 km op zijn fiets had gezeten! We zijn toen samen naar buiten
gelopen, en daar is hij voor mijn ogen (en tot mijn grote
verrassing!) soepel weg gefietst ... Gelukkig heb ik dit allemaal
op videocamera kunnen vastleggen, en dit vormde de basis voor onze
wetenschappelijke publicatie. Deze beelden zijn inmiddels de hele
wereld overgegaan, en hebben aanleiding gegeven tot een stortvloed
van reacties. Het verhaal is eerst overgenomen door de New York Times, en
vervolgens door onder andere CNN, BBC World, en radiostations over
de hele wereld. Natuurlijk levert ook deze patiënt niet het
sluitende bewijs dat fietsen voor iedere Parkinson patiënt mogelijk
is, laat staan dat het altijd verstandig zou zijn (denk maar eens
aan de veiligheid). Maar deze spraakmakende observatie zet wel aan
tot verder denken, onder andere over hoe de hersenen onze motoriek
reguleren, maar ook over mogelijkheden tot revalidatie van
patiënten met Parkinson die vanwege loopstoornissen nauwelijks meer
mobiel zijn.
De patiënt als leermeester.
Zelf ben ik enorm onder de indruk van het vermogen dat patiënten
hebben ontwikkeld om te compenseren voor hun ziekte. De fietser is
daarvan slechts 1 voorbeeld. Ik ken bijvoorbeeld een Parkinson
patiënt die ook een ernstig loopprobleem heeft, maar die op een
slimme manier hiervoor compenseert door aan zijn looprek een
klein dwars uitsteeksel te monteren waar hij heel bewust overheen
kan stappen. Men noemt dit ook wel de omgekeerde wandelstok.
Bovendien heeft hij in zijn tuin een touwladder plat neergelegd,
zodat hij bewust over de sporten heen kan stappen (dit noemt hij
zelf de loopladder). Maar ik heb nog veel meer van dit soort vaak
ongelofelijk ingenieuze voorbeelden gezien. Als u zelf toevallig
ook zoiets op het spoor bent gekomen hoor ik dat natuurlijk
graag!
Kritiek op grootschalig onderzoek.
Bovendien is recent ook kritiek gekomen op grootschalig
onderzoek zoals de randomised clinical trial. In een fraai recent
artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde wordt forse
kritiek geuit op de waarde die de randomised clinical trial heeft
voor de alledaagse klinische praktijk. In de grote klinische
studies worden namelijk strenge criteria gehanteerd op basis
waarvan de patiënten al dan niet mogen meedoen aan het onderzoek.
Maar de criteria op grond waarvan patiënten worden uitgesloten van
deelname zijn juist heel erg relevant voor de alledaagse klinische
praktijk. Met andere woorden: de bevindingen uit het onderzoek zijn
alleen geldig voor een heel geselecteerde patiëntenpopulatie, die
niet erg lijkt op de gemiddelde patiënt waar dokters in hun
dagelijkse praktijk mee te maken hebben. Het is dus verstandig om
ook dergelijk onderzoek kritisch te bekijken.
Tot slot een persoonlijke noot.
Patiënten vormen voor mij vooral een enorme bron van
motivatie. Dit afgelopen weekeinde had ik dienst, en was ik nauw
betrokken bij een jonge vrouw die al vanaf de kindsleeftijd een
ernstige en progressieve neurologische ziekte heeft. Inmiddels is
zij op de intensive care beland. Als je vele jaren iemand kent van
de polikliniek is het ook voor mij als dokter heel aangrijpend om
je patiënt in zo'n afhankelijke toestand op de intensive care te
zien liggen. En ik was ongelooflijk onder de indruk van de liefde
van haar man, van haar ouders, en de kracht die deze warme familie
had om om te gaan met deze moeilijke omstandigheden. Dat vormt voor
mij weer een geweldige inspiratie om met vernieuwde energie aan het
werk te gaan, en om oplossingen te helpen zoeken voor patiënten met
neurologische ziekten. Ook dit is voor mij een vorm van
collaborative care: patiënten en dokters die elkaar motiveren en
ondersteunen, om zo samen te komen tot betere oplossingen voor de
toekomst! Ik hoop dat mijn patiënte op de intensive care nog haar
voordeel hiermee kan doen.
(Terug naar boven)
Jeroen van Vugt: Het effect van
glycopyrroniumbromide op overmatig speekselverlies bij mensen met
de ziekte van Parkinson
29 juli 2010 - Hieronder schrijft
gastblogger Jeroen van Vugt (neuroloog, Medisch Spectrum Twente)
over het speekselremmende medicijn Glycopyrroniumbromide.
Het effect van glycopyrroniumbromide op overmatig
speekselverlies bij mensen met de ziekte van
Parkinson.
Overmatig speekselverlies is een hinderlijk verschijnsel bij de
ziekte van Parkinson. Al eerder is aan dit onderwerp aandacht
besteed in de Papaver (oktober 2005), het blad van de Parkinson
Vereniging.
In het Medisch Spectrum Twente in Enschede hebben we onderzocht
of het middel glycopyrroniumbromide (in een drank) een
behandelmogelijkheid kan zijn bij Parkinsonpatiënten die last
hebben van overmatig speekselverlies. Glycopyrroniumbromide is een
middel dat de speekselproductie remt. Het mogelijke voordeel van
dit middel ten opzichte van andere speekselremmende middelen is dat
het minder kans op bijwerkingen heeft. De andere middelen dringen
namelijk door tot in de hersenen, waardoor bijwerkingen kunnen
ontstaan als verwardheid of geheugenklachten. Glycopyrroniumbromide
dringt niet door in de hersenen zodat deze bijwerkingen niet kunnen
ontstaan. Hoewel glycopyrroniumbromide al lang bestaat, was er niet
eerder onderzoek gedaan of het effectief en veilig zou zijn bij
overmatig speekselverlies bij Parkinson. In totaal hebben 23
deelnemers aan het 4-weken durende onderzoek meegedaan. Hierin werd
de glycopyrroniumbromide drank vergeleken met een placebo drank
(dit is een drank zonder werkzame bestanddelen).
De resultaten van het onderzoek zijn gunstig. Bij ongeveer 70%
van de deelnemers had glycopyrroniumbromide een positief effect op
de speekselvloed. We hebben ook gekeken welk deel van de deelnemers
een aanzienlijke verbetering van het speekselverlies had. Dit
hebben we vooraf gedefinieerd als meer dan 30% verbetering van het
speekselverlies. 41% van de deelnemers had zo'n aanzienlijke
verbetering met glycopyrroniumbromide, slechts 5% van de deelnemers
had dit met placebo. Dat is een significant verschil.
Glycopyrroniumbromide bleek ook een veilig middel. Het aantal en
het type gerapporteerde bijwerkingen verschilden niet tussen de
glycopyrroniumbromide drank en de placebo drank. Wel werd er vaker
het optreden van een (te) droge mond gemeld met de
glycopyrroniumbromide drank, alhoewel dat verschil niet heel
duidelijk was. Wij zien het optreden van een droge mond niet direct
als een bijwerking, maar als een aanwijzing dat de drank ook
daadwerkelijk effectief is. Desondanks kan een droge mond
natuurlijk wel vervelend zijn.
Met dit onderzoek hebben we aangetoond dat glycopyrroniumbromide
(als drank) een werkzame en veilige behandelmethode kan zijn bij
patiënten met de ziekte van Parkinson die last hebben van overmatig
speekselverlies. Vanzelfsprekend hebben we deze bevindingen
aangeboden aan een internationaal wetenschappelijk tijdschrift.
Zodoende kunnen ook andere neurologen kennis nemen van ons
resultaat.
Het middel glycopyrroniumbromide is als drank alleen te
verkrijgen via de apotheek op voorschrift van uw behandelende
neuroloog.
Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de
Parkinson Vereniging.
M.E.L. Arbouw, ziekenhuisapotheker
Dr. P.J.E Poels, neuroloog
Dr. J.P.P. van Vugt, neuroloog
(Terug naar boven)
Ziekte van
Parkinson, of toch wat anders?
Het stellen van de diagnose "ziekte van Parkinson" is
minder eenvoudig dan u denkt. Het is misschien wel aardig om U eens
mee te nemen in de "keuken" van de neuroloog. Het eerste probleem
betreft de vroege fase van de ziekte van Parkinson, en daar zal ik
het vandaag over hebben. Het meest bekend zijn natuurlijk de
lichamelijke verschijnselen, zoals het trillen of de traagheid bij
het bewegen. Maar uit allerlei onderzoek is inmiddels gebleken dat
deze lichamelijke verschijnselen al jarenlang vooraf kunnen worden
gegaan door een breed scala aan andere symptomen, die achteraf
gezien al een eerste uiting waren van de ziekte van Parkinson. En
veel van die symptomen zult u op het eerste gezicht niet koppelen
aan Parkinson. Wat dacht u bijvoorbeeld van obstipatie (moeizame en
minder frequente ontlasting)? Uit wetenschappelijk onderzoek bij
grote groepen gezonde mannen op Honolulu bleek dat mannen die
gemiddeld minder dan één keer per dag ontlasting hadden een
aanzienlijk verhoogd risico hadden om later de ziekte van Parkinson
te ontwikkelen. En uit onderzoek van de vrije universiteit van
Amsterdam is gebleken dat een verminderde reuk ook al jarenlang
vooraf kan gaan aan het manifest worden van de lichamelijke
verschijnselen. En ook is de kwaliteit van de reuk verminderd. Ik
geloof dat vooral het ruiken van pizza's een probleem was.
Andere voorbeelden van dergelijke vroege symptomen (neurologen
noemen dat ook wel "presymptomatische verschijnselen") zijn
pijnklachten van bijvoorbeeld een schouder (dit kan een reden zijn
waarom Parkinson patiënten soms enkele jaren tevergeefs bij een
fysiotherapeut of orthopedisch chirurg doorbrengen), een gedrukte
stemming, of een specifieke slaapstoornis die ook wel REM
slaapstoornis wordt genoemd. Dit laatste vergt enige toelichting.
Normaalgesproken ben je tijdens het dromen compleet verlamd,
behalve natuurlijk de ademhalingsspieren, en de oogbewegingen.
Tijdens het dromen kun je dus gelukkig nog ademhalen, en maken de
ogen hele snelle bewegingen. In het Engels heet dat Rapid Eye
Movements, en hieraan ontleent deze slaapfase zijn naam (R.E.M.
slaap). Waarschijnlijk was dit in de evolutie heel handig, omdat je
hierdoor tijdens het dromen 's nachts op de savanne letterlijk
doodstil bleef liggen; als je immers tijdens de droom ligt te
woelen zou je zomaar de aandacht van bijvoorbeeld een leeuw kunnen
trekken. Bij de zogenaamde REM slaapstoornis is dit mechanisme
defect, en gaan personen hun dromen letterlijk uitleven. Als je
droomt over voetballen geef je bijvoorbeeld echt een schop met je
been, soms met alle gevolgen vandien voor je bed partner. Ook deze
REM slaapstoornis blijkt vaak vooraf te gaan aan het manifest
worden van de ziekte van Parkinson.
Uiteraard mag je het niet omdraaien: lang niet iedereen met
bijvoorbeeld obstipatie zal later ook de ziekte van Parkinson
ontwikkelen. Maar de grote uitdaging is nu om al deze vroege
symptomen met elkaar te combineren in een handige test batterij,
zodat je hierdoor mogelijk de ziekte van Parkinson in een veel
vroegere fase kunnen vaststellen. Ja, hartstikke interessant, hoor
ik u al denken, maar wat moeten we daarmee? Dat is een hele
terechte vraag! We hebben immers nog geen enkele methode om de
ziekte van Parkinson af te remmen, laat staan stil te zetten.
Natuurlijk wordt hier ontzettend veel onderzoek naar gedaan, en
kunt u regelmatig op Internet claims terugvinden van onder andere
de farmaceutische industrie, waarin melding gemaakt wordt van een
nieuwe methode om de ziekte af te remmen. Helaas is het
wetenschappelijk onderzoek tot op heden niet overtuigend. In een
andere blog zal ik binnenkort nog eens ingaan op allerlei methoden
waarvan vermoed wordt dat dit mogelijk de ziekte van Parkinson zou
kunnen afremmen.
Vooralsnog is het onderzoek in de spreekkamer de enige methode
om de ziekte van Parkinson vast te stellen. Hierbij wordt dan goed
geluisterd naar de klachten van de patiënt, de observaties van de
partner, en wordt goed gekeken naar de lichamelijke verschijnselen.
Aanvullend onderzoek zoals bijvoorbeeld een MRI scan van de
hersenen of een DAT scan (dit kan het dopamine systeem meten) is
voornamelijk bedoeld om het klinisch vermoeden uit de spreekkamer
verder te ondersteunen. Er is vooralsnog geen enkele test die de
ziekte van Parkinson met 100 % zekerheid kan vaststellen. Hoe gek
het ook klinkt: de enige zekerheid is het onderzoek van de hersenen
na het overlijden. Dat is een kwestie van afspraken die neurologen
onderling hebben gemaakt. Maar natuurlijk lukt het vooral experts
in de spreekkamer behoorlijk goed om de diagnose vast te stellen.
Wist u dat uit Engels onderzoek is gebleken dat bij algemeen
werkzame neurologen de diagnose bij het allereerste contact slechts
in 50% van de gevallen juist was? Dat getal wordt natuurlijk steeds
beter naarmate de ziekte langer bestaat, omdat de symptomen dan
steeds duidelijker worden. En ook helpt het om gezien te worden
door een echte expert in de ziekte van Parkinson. Uit ander Engels
onderzoek is gebleken dat dergelijke experts uiteindelijk bij 95%
van de mensen de juiste diagnose stellen. Maar dat betekent dat het
bij 5% nog misgaat, en dat komt eenvoudigweg omdat er andere
ziekten zijn die verrassend veel op de ziekte van Parkinson kunnen
lijken. Welke ziekten dat zijn zal ik volgende week in mijn blog
bespreken.
Voor nu wil ik afsluiten met een oproep: als u idee hebt voor
een leuk onderwerp waarover ik een nieuwe blog zou kunnen
schrijven, laat het mij dan vooral weten! Dat kan eenvoudig door
een reactie op deze blog te geven. Tot de volgende keer!
Hartelijke groet, Bas Bloem
(Terug naar boven)
Treurnis en trots
Een dag later dan gepland mijn wekelijkse blog. Dat ligt
natuurlijk aan het jammerlijke verlies in de WK finale van
gisteren, zult u denken. Dat is inderdaad ten dele waar, al was het
maar omdat de wedstrijd zo laat was afgelopen. Maar het ligt niet
aan mijn stemming. Want gelukkig overheerst bij mij juist een groot
gevoel van trots als ik terugdenk aan de afgelopen week, waarin een
tweetal hoogtepunten voor mij centraal stonden.
Ten eerste natuurlijk de bijzonder succesvolle bijeenkomst voor
parkinsonpatiënten in Almelo. Een geweldige opkomst, een mooi
programma met goede sprekers, en een uitstekende sfeer waarin het
samenwerken aan een betere toekomst voor mensen met Parkinson
centraal stond! Toen ik de zaal rondkeek zag ik allemaal mensen die
gemotiveerd zijn om samen aan de slag te gaan, om te bouwen aan een
nieuwe gezondheidszorg waarin parkinsonpatiënten en hun naasten
actief kunnen bijdragen aan het verbeteren van hun eigen
gezondheid.
De website van mijnzorgnet.nl kan daarin een stevige rol spelen, en
dat heb ik in mijn voordracht in Almelo geprobeerd uit te leggen.
Boeiend om te zien hoeveel mensen eigenlijk weten van moderne
toepassingen op het Internet. Wat dacht u bijvoorbeeld van een blog
(dat is dus een soort dagboek, maar dan op Internet). Of wat een
Wiki is (dat is een stuk informatie waarvan de tekst gezamenlijk
geschreven is door meerdere gebruikers en lezers). Of een forum
(dat is een plaats op het Internet waar je met andere mensen
gemakkelijk kunt communiceren over onderwerpen die je zelf kiest,
net zoals dat vroeger gebeurde op het forum Romanum in het oude
Rome; vandaar dus ook de naam forum). Al dit soort mogelijkheden
wordt u straks geboden door www.mijnzorgnet.nl. Uiteraard
allemaal als service, dus u hoeft alleen maar te gebruiken waar u
ook echt behoefte aan hebt. Veel meer hierover in mijn blogs in de
komende weken.
De andere grote gebeurtenis afgelopen week was de Movement
Disorders Summer School, die wij van donderdag tot en met zondag
hier in Nijmegen hebben georganiseerd. Een prachtige bijeenkomst,
waar 48 jonge neurologen uit niet minder dan 24 Europese landen een
intensieve scholing hebben gekregen in de ziekte van Parkinson en
andere vormen van Bewegingsstoornissen. Het onderwijs werd verzorgd
door 12 topneurologen uit heel Europa, alsmede de vier
Parkinsonneurologen uit het UMC St Radboud (Dr Bart van de
Warrenburg, Dr Rianne Esselink, Dr Bart Post, en mijzelf). Iedereen
was laaiend enthousiast over het hoogkwalitatieve onderwijs. Heel
bijzonder was het feit dat 16 patiënten zich bereid hadden
verklaard om zich ter plaatse te laten onderzoeken door groepjes
van steeds vier studenten, telkens onder leiding van een van de
topneurologen. Op die manier kregen de studenten buitengewoon
praktisch onderwijs 'aan het bed'. Vanaf deze plaats een groot
woord van dank aan respect voor de patiënten die hieraan hebben
deelgenomen! Op deze wijze is de kennis over Parkinson in een groot
deel van Europa weer toegenomen. Dit vind ik ook echt één van de
academische functies van ons Parkinson Centrum Nijmegen: het geven
van onderwijs en het uitdragen van kennis. En daarnaast natuurlijk
het geven van hoogwaardige zorg aan mensen met de ziekte van
Parkinson, en het verrichten van vernieuwend wetenschappelijk
onderzoek. In elk geval was de Movement Disorders Summer School een
dermate groot succes dat bij mij de vreugde over de afgelopen week
absoluut overheerst boven het verdriet over het verlies van het
Nederlands elftal.
En als je mijn eerlijke mening wilt weten: ik vind dat we
eigenlijk terecht hebben verloren. De angst regeerde, en Nederland
ging niet uit van eigen kracht. Laat dat een boodschap en een
waarschuwing zijn voor ons allemaal: als wij de wereld voor mensen
met Parkinson willen verbeteren zullen we vooruit moeten kijken en
dapper de strijd moeten aangaan, als een eendrachtig team. Als dat
lukt kijk ik samen met u de toekomst vol vertrouwen tegemoet!
Tot volgende week.
(Terug naar boven)
(Voetbal) Voorspellingen
Deze week stond voor mij, naast de Parkinson, natuurlijk
het voetballen centraal in de belangstelling. Wist u dat er
interessante verbanden bestaan tussen Parkinson en voetballen? Het
meest fascinerende is dat van de beroemde voetballer Ray Kennedy,
de middenvelder van het succesvolle Liverpool elftal uit de
tachtiger jaren, en speler van het Engelse nationale voetbalteam.
Met Liverpool behaalde Ray Kennedy grote successen, onder andere
het winnen van de Europacup 1 (die tegenwoordig natuurlijk
Champions League wordt genoemd). Enkele jaren na het beëindigen van
zijn carrière ontwikkelde Ray Kennedy de ziekte van Parkinson.
Het fascinerende is dat terugkijkend naar oude filmbeelden uit
de tachtiger jaren al te zien was dat Kennedy een verminderde
armzwaai had aan één kant. We weten natuurlijk dat dit een
voorteken van de ziekte van Parkinson is, maar dat iemand dit al
jaren kan hebben als enige symptoom en daarbij nog gewoon op hoog
niveau topsport kan bedrijven is natuurlijk ongelooflijk. Minstens
even boeiend is het feit dat die filmbeelden zijn voorgelegd aan
studenten, en dat hen werd verteld dat één van de 22 spelers een
vroege vorm van Parkinson had. Vrijwel alle studenten pikten
moeiteloos Ray Kennedy eruit, maar konden eigenlijk niet goed
zeggen waarom. Kennelijk is het menselijk oog heel gevoelig voor de
asymmetrie in de armzwaai. Dit soort bevindingen raken ook aan een
van de belangrijkste ontwikkelingen op dit moment op het gebied van
de ziekte van Parkinson, namelijk de presymptomatische fase.
Het is inmiddels duidelijk geworden dat patiënten met de ziekte
van Parkinson al vele jaren voorafgaand aan de definitieve diagnose
klachten kunnen hebben die achteraf toe te schrijven zijn aan de
ziekte van Parkinson. Voorbeelden hiervan zijn een verminderde
reuk, obstipatie, depressie, pijnklachten (bijvoorbeeld van één
schouder) of een REM slaap stoornis (een specifieke vorm van slaap
stoornis waarbij de patiënt de droom als het ware gaat uitleven).
Uiteraard mag je het niet omdraaien: lang niet iedereen met
bijvoorbeeld obstipatie zal ook later de ziekte van Parkinson
ontwikkelen. Maar het vermoeden bestaat dat een combinatie van
meerdere symptomen misschien wel eens een hele vroege indicatie kan
zijn van het laten ontwikkelen van Parkinson. En dat biedt
natuurlijk weer hogelijk reden om te zijner tijd dit soort mensen
een therapie aan te bieden die het ontwikkelen van Parkinson kan
vertragen of zelfs kan voorkomen. Voor alle duidelijkheid: een
dergelijke therapie bestaat tot op heden niet, maar er wordt wel
veel onderzoek naar gedaan.
Over mogelijkheden tot vertragen van Parkinson zal ik het in één
van mijn volgende blogs wat uitgebreider hebben. Ik wens u allen
een vruchtbare week toe!
(Terug naar boven)
Mijn eerste bericht!
Wat een mooi moment: mijn eerste bijdrage aan de Parkinson
community van MijnZorgnet.nl
Op deze plaats kan iedereen met interesse in Parkinson vanaf
vandaag informatie en ervaringen delen, zowel op het gebied van de
ziekte van Parkinson als de diverse vormen van atypische
parkinsonisme. Op deze manier kunnen we samen de kwaliteit van zorg
voor mensen met Parkinson verbeteren, de onderlinge samenwerking
echt handen en voeten gaan geven, samen bouwen aan een
kennisdatabase, kortom: met gelijkgestemden gemakkelijk in contact
treden over dat wat ons in de dagelijkse praktijk zo
bezighoudt!
Laat ik maar eens beginnen met mijn eigen ervaringen van de
afgelopen week, waarin ik het grote Movement Disorders congres in
Buenos Aires heb bezocht. Erg lange reis, maar toch wel zeer de
moeite waard. Dit congres wordt sinds enkele jaren in plaats van 1x
per 2 jaar nu ieder jaar georganiseerd, en ik was eerst bang dat
dit te frequent zou zijn (is er ieder jaar wel genoeg nieuwe
informatie?). Maar het congres was bijzonder stimulerend. Het is
erg leuk dat de vaste sprekers (waar ikzelf inmiddels ook bij hoor)
ieder jaar gevraagd worden over een ander onderwerp te praten; zelf
kreeg ik als onderwerp camptocormia, Pisa syndroom en andere
houdingsafwijkingen bij Parkinson in de schoot geworpen. Moest ik
mezelf toch weer steviger inlezen! Mede omdat ik geen super expert
ben op dit gebied is het misschien wel juist een heel leuk verhaal
geworden, met een praktische insteek. Ik ben van plan deze
voordracht binnenkort nog eens in Nijmegen te houden, dat laat ik
via deze blog weten. Verder waren wij vanuit het Parkinson Centrum
Nijmegen vertegenwoordigd met enkele posters. Misschien wel de
meest bijzondere dit jaar was de poster van Martijn van der Eijk,
om twee redenen: ten eerste was de poster zelf zoekgemaakt door de
KLM, dus ik moest het doen met eenvoudige handouts. Maar ten tweede
toch vooral omdat de inhoud van de poster erg goed werd ontvangen:
de rol van de patiënt bij de organisatie van de zorg voor mensen
met Parkinson. Dit wordt een nieuw speerpunt van ons onderzoek naar
de ziekte van Parkinson, uiteraard in hele nauwe samenwerking met
MijnZorgnet waarvan ik samen met Prof. Jan Kremer de directeur
ben.
Jan Kremer en ik willen in de komende jaren een kleine revolutie
in de zorg teweegbrengen, door de patiënt veel meer in staat te
stellen een actieve bijdrage te leveren aan het eigen zorgproces.
MijnZorgnet gaat patiënten hierin ondersteunen door het leveren van
slimme software, die momenteel door ons wordt ontwikkeld. De
komende jaren worden erg spannend, om te zien of dit allemaal gaat
lukken!
Hartelijke groet, Bas Bloem
(Terug naar boven)