Afbeelding voor Onderzoek laat zien waar en hoeveel parkinson in Nederland voorkomt 

Onderzoek laat zien waar en hoeveel parkinson in Nederland voorkomt 

De ziekte van Parkinson komt vaker voor bij mensen met een hogere sociaal-economische positie. En het komt meer voor in het noorden van Nederland. Mannen lopen een groter risico dan vrouwen. En het risico neemt toe met de leeftijd, met een piek tussen 75 en 85 jaar. Dat laat nieuw onderzoek door onderzoekers van Universiteit Utrecht en Radboudumc zien. De universiteiten deden onderzoek naar het aantal nieuwe patiënten en verspreiding van parkinson in Nederland tussen 2017 en 2022.

Het onderzoek laat voor het eerst het aantal nieuwe patiënten per jaar zien samen met de plekken waar parkinson voorkomt in Nederland. Onderzoekers van Universiteit Utrecht en Radboudumc koppelden hiervoor verschillende gegevens over gezondheid aan demografische en sociaal-economische data. Nieuwe diagnoses van parkinson zijn berekend op basis van overlijdensakten, voorgeschreven medicijnen, claims bij zorgverzekeraars en ziekenhuisgegevens. 

Groeien van het aantal mensen met parkinson per jaar blijft stabiel

Het aantal nieuwe mensen met parkinson per jaar (gecorrigeerd voor het aantal mensen in Nederland) blijft stabiel. Het blijkt dat er tussen 2017 en 2022 gemiddeld 3.724 nieuwe diagnoses van parkinson per jaar werden vastgesteld. Dat het totaal aantal mensen met parkinson in Nederland wel toeneemt, komt doordat mensen langer leven met de ziekte. Mensen overlijden eerder mét parkinson, dan áán parkinson. Dit is mede het succes van ParkinsonNet, een netwerk van zorgverleners die gespecialiseerd zijn in zorg voor mensen met parkinson.  

Grote regionale verschillen

Het onderzoeklaat duidelijk zien dat in sommige regio’smeer parkinson voorkomt. In het noorden van Nederland komt parkinson vaker voor dan in het zuiden van Nederland. Ook zagen de onderzoekers dat het risico op parkinson groter is onder mannen, hoogopgeleiden, en dat het risico op parkinson toeneemt met de leeftijd.  

Rol omgevingsfactoren

Een belangrijke vraag is hoe de verschillen verklaard kunnen worden. De landelijke spreiding van parkinson op het moment van diagnose komt niet duidelijk overeen met de verspreiding van mogelijke risicofactoren. Zoals luchtvervuiling of bepaalde vormen van landbouw. Zo is de kwaliteit van de lucht in het noorden van Nederland bijvoorbeeld relatief goed. Dit betekent niet dat er géén verband is met omgevingsfactoren. Omgevingsfactoren hebben elk apart een beperkte invloed. Maar omdat bijna iedereen eraan wordt blootgesteld, kunnen ze samen toch een belangrijke rol spelen.  

Ook wordt het risico op parkinson bepaald door blootstelling voor een lange periode van minimaal 10 jaar, en vermoedelijk nog veel langer. In dit onderzoek is het woonadres op het moment van de diagnose meegenomen. Verbanden met specifieke omgevingsfactoren worden vaak pas goed zichtbaar wanneer niet naar een heel gebied wordt gekeken. Maar naar aparte personen, inclusief hun woongeschiedenis. Daarom is verder onderzoek – op persoonlijk niveau – echt nodig. 

Vervolgonderzoek

Op dit moment loopt hiervoor het landelijke OBO2-programma. Hierin onderzoeken het RIVMNivel en het IRAS (Institute for Risk Assessment Sciences) van Universiteit Utrecht of mensen ziek kunnen worden of kunnen zijn geworden door blootstelling aan bestrijdingsmiddelen in de omgeving.  

In twee aanvullende onderzoeken wordt hierbij ook naar parkinson gekeken. Eén van deze onderzoeken is een samenwerking tussen Radboudumc en IRAS, het zogeheten PD-PEST-onderzoek. In dit onderzoek bekijken ze de rol van pesticiden en andere omgevingsfactoren op individueel niveau. Dit is tot nu toe het meest grote patiënt-controleonderzoek naar parkinson in Nederland. 

Over deze publicatie

Dit onderzoek is gepubliceerd in The Lancet Regional Health – Europe: ‘Incidence and spatial variation of Parkinson’s Disease in the Netherlands (2017-2022): a population-based study’ – Mariana Simões, Susan Peters, Anke Huss, Sirwan K.L. Darweesh, Bastiaan R. Bloem, Roel Vermeulen. DOI: https://doi.org/10.1016/j.lanepe.2025.101565

https://www.thelancet.com/journals/lanepe/article/PIIS2666-7762(25)00357-6/fulltext