Misverstanden over parkinson 111 t/m 120

111. Meer bewegen leidt tot meer vallen

Theoretisch klopt dit, vallen is immers een "ziekte" van actieve mensen. Denk aan bijvoorbeeld een sport als volleyballen. Gelukkig blijkt tot nu toe uit alle wetenschappelijke onderzoeken dat mensen met parkinson niet vaker vallen als zij (al dan niet onder begeleiding) meer bewegen. Het is wel belangrijk om het sporten en bewegen op een veilige manier op te bouwen, dus bijvoorbeeld onder begeleiding van een ParkinsonNet fysio- of oefentherapeut.

112. Mensen met parkinson maken te veel speeksel aan

Veel mensen met parkinson hebben te maken met ongewild speekselverlies. In het algemeen maken mensen met parkinson niet te veel speeksel aan, en is het speekselverlies juist het gevolg van het minder vaak automatisch wegslikken van de normale hoeveelheid speeksel. Ook de voorovergebogen houding en de openstaande mond kunnen ertoe bijdragen dat speeksel makkelijker uit de mond loopt. Onder invloed van bepaalde vormen van medicatie kan het echter wel zo zijn dat de speekselproductie toe- of afneemt.

113. Als je parkinson hebt en vermoeid bent, kun je het beste meer gaan rusten

 

Vermoeidheid komt veel voor bij mensen met parkinson. Rust kan natuurlijk helpen om vermoeidheid na een geleverde inspanning te verminderen. Voor veel mensen met parkinson is alleen rusten echter niet de beste oplossing. Belangrijker is dat vooral moet worden gekeken naar het afstemmen van de belasting ten opzichte van de eigen belastbaarheid. Mensen met parkinson moeten leren om meer balans aan te brengen in hun dagelijkse activiteiten, en om een goed evenwicht aan te brengen in het activiteitenpatroon. Hiermee kun je beter controle krijgen over de vermoeidheidsklachten.

114. Mensen met parkinson hebben baat bij afvallen

Veel mensen met parkinson verliezen spontaan al gewicht, enerzijds omdat ze minder eten anderzijds omdat ze meer energie verbruiken. Op zichzelf is afvallen niet heel erg: je hoeft dan minder kilo's mee te slepen elke dag. Het is wel essentieel om te voorkomen dat ondervoeding gaat optreden, of dat tekorten aan bijvoorbeeld vitamines optreden. Ook verlies aan spiermassa kan nadelig zijn, want dit leidt tot spierzwakte en meer problemen met bewegen. Een gezonde en gevarieerde voeding is dus heel belangrijk.

115. Het maakt niet uit op welk tijdstip iemand met parkinson 's ochtends geholpen wordt met de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zorg

De ADL zorg kan het beste plaatsvinden tijdens de 'on' periode, dus wanneer iemand met parkinson naar omstandigheden goed mobiel is. Dit kan bereikt worden door de persoon met parkinson van tevoren tijdig de medicatie te geven (meestal duurt het zo'n 20-30 minuten voordat de medicatie goed gaat werken, dus inname een half uur voor de verzorging zal in de meeste gevallen volstaan).

116. Mensen met parkinson raken minder snel verslaafd.

Verslaving (ook wel 'impulscontrolestoornissen' genoemd) kunnen veroorzaakt worden door het gebruik van parkinsonmedicatie. Beruchte voorbeelden zijn verslaving aan gokken, aan seks, aan winkelen, of aan de parkinsonpillen zelf (alsmaar meer medicatie innemen). Het risico hierop is vooral groot bij het gebruik van de zogeheten dopamineagonisten (pramipexol, ropinirol, rotigotine), maar het kan ook optreden bij het gebruik van levodopa, en zelfs na een operatie (diepe hersenstimulatie). Ook is het risico duidelijk groter bij jongere mensen, en met name bij mannen. Maar ook bij oudere personen en bij vrouwen kan de verslaving optreden. De persoon zelf is zich niet altijd bewust van het probleem, dus het is essentieel dat ook de partner of andere naasten hier alert op zijn. Bij het vermoeden op een verslaving is het belangrijk om snel contact op te nemen met de neuroloog of parkinsonverpleegkundige.

117. Een erectiestoornis bij de ziekte van Parkinson wordt altijd door de parkinson veroorzaakt

Erectiestoornissen kunnen inderdaad optreden bij mensen met de ziekte van Parkinson. In dat geval is sprake van een beschadiging van het autonome zenuwstelsel door de parkinson. Bij bepaalde vormen van parkinsonisme (zoals de ziekte multiple systeem atrofie, MSA) komt dit nog vaker voor. Maar meestal liggen er heel andere oorzaken ten grondslag aan de erectiestoornissen, zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk, suikerziekte, een depressie of het medicijngebruik daarbij (antidepressiva). Ook leefstijlfactoren zoals roken, overgewicht en alcoholgebruik kunnen van invloed zijn. Maar ook psychische factoren zoals faalangst en prestatiedruk: "als het maar lukt!", "ik hoop niet dat ik mijn partner teleurstel". Een ervaren seksuoloog kan mensen met parkinson en hun partners begeleiden in het beter omgaan met erectiestoornissen en andere problemen op het gebied van seksualiteit en intimiteit.

118. Massages zijn een effectieve behandeling bij parkinson

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat massage geen effect heeft op de ziekte. Natuurlijk vinden mensen het wel prettig vonden om gemasseerd te worden, maar het draagt niet bij aan een betere uitkomst voor mensen met parkinson. In behandelrichtlijnen voor parkinson wordt de massage dan ook ontraden.

119. Eens per week logopedie gedurende de ziekte van Parkinson voorkomt spraakproblemen

Deze preventieve functie van logopedie is nooit aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. Vanwege het progressieve karakter van de ziekte wordt langdurige therapie met een lage frequentie (1x per week) afgeraden. Wat wel goed wetenschappelijk is aangetoond is de rol van logopedie zodra de spraak minder goed verstaanbaar begint te worden. In dergelijke gevallen is het juist goed om kortdurend en hoogfrequente therapie te volgen (3 à 4 keer per week).

120. Als je parkinson hebt moet je dubbeltaken vermijden

Twee handelingen tegelijk uitvoeren ('dubbeltaken') kan ertoe leiden dat iemand met parkinson één of beide losse activiteiten niet goed kan voltooien, en ook het risico verhogen dat iemand vaker gaat vallen. Een voorbeeld is het lopen en tegelijk een voorwerp dragen, zoals een dienblad met kopjes. Uit recent onderzoek is gebleken dat het trainen van dubbeltaken in een veilige omgeving zinvol kan zijn; en hiervoor zijn twee strategieën: het aanleren om de twee activiteiten niet tegelijk uit te voeren, maar na elkaar; of het aanleren om de beide activiteiten wel op een veiliger manier tegelijk uit te voeren. Beide strategieën zijn gemiddeld even effectief (maar voor iedere persoon zal gekeken moeten worden wat het beste past), en het aanleren hiervan gaat niet gepaard met een verhoging van het valrisico in het dagelijks leven.

 

Pagina's

< 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 >

Zorgzoeker