Misverstanden over parkinson 131 t/m 140

131. Mensen met parkinson die hees praten hebben een stembandverlamming

De heesheid bij de ziekte van Parkinson is het gevolg van te weinig beweging van de stembanden. Dit tekort aan beweging is dan niet het gevolg van bijvoorbeeld een verlamming of verminderde kracht, maar is juist het gevolg van onvoldoende aansturing. Het brein zet de stembanden onvoldoende in beweging, en vaak zijn de bewegingen daarbij te klein. Bij parkinsonisme kan er juist wel sprake zijn van een verlamming van de stembanden. Voor uitsluitsel kan een doorverwijzing naar de KNO-arts zinvol zijn. Deze onderzoekt of er anatomische afwijkingen zijn. 

132. Boksen is geen goede sport voor mensen met parkinson, je krijgt er parkinson van

Herhaaldelijke ongevallen met het hoofd ('trauma's', of simpelweg: hersenschuddingen) kunnen leiden tot hersenschade. Of je daarvan ook de ziekte van Parkinson kunt krijgen is niet goed duidelijk. Een enkele hersenschudding verhoogt het risico op het later ontwikkelen van parkinson in elk geval niet. Een heel andere vraag is of sporten een zinvolle sportactiviteit voor mensen met parkinson is. Hoewel er nog weinig onderzoek naar gedaan is zijn er wel steeds meer anekdotes die erg positief zijn over boksen. Theoretisch zijn boksoefeningen (maar dan zonder contact met het hoofd uiteraard) waarschijnlijk een heel goede vorm van bewegen voor mensen met parkinson. Het is enerzijds intensief en anderzijds vraagt het een grote alertheid. Je moet snel beslissingen nemen en keuzes maken. Bovendien worden de bewegingen gedreven door externe prikkels (de boksbal waar je tegen moet slaan), en dat soort bewegingen verlopen vaak makkelijker voor mensen met parkinson.

133. Hallucinaties horen niet bij parkinson

Bij mensen met parkinson kan wel degelijk sprake zijn van hallucinaties (dingen zien, horen of ruiken die er in werkelijkheid niet zijn, waarbij de patiënt nog wel doorheeft dat de waarnemingen niet helemaal reëel zijn) of wanen (denkbeelden die niet overeenkomen met de werkelijkheid, die door de persoon als heel reëel worden ervaren). Dit komt met name voor in een verder gevorderd stadium van de ziekte. Sommige medicijnen kunnen het optreden van hallucinaties of wanen in de hand werken.

134. Het niet of minder eten van suiker, granen, gluten en zuivel helpt bij de ziekte van Parkinson

Er is momenteel heel veel aandacht voor het belang van goede voeding voor mensen met parkinson. Het is echter niet wetenschappelijk bewezen dat het weglaten van één of meerdere van deze voedingsproducten positieve effecten heeft bij mensen met parkinson. Het hangt echter van de persoon zelf af, iedereen reageert anders. Wanneer iemand subjectief baat heeft bij bijvoorbeeld minder suikers is daar natuurlijk niets op tegen. Veel belangrijker is het om een algemeen gezond dieet te nemen (ook als je geen parkinson hebt trouwens).

135. Plasproblemen bij mensen met parkinson komen vooral overdag voor

's Nachts moeten plassen is een veel voorkomend probleem bij mensen met parkinson. Het kan een uiting zijn van 's nachts onvoldoende werkende medicatie. Het innemen van een langwerkend dopaminerg medicijn voor het slapen gaan kan dan ook helpen. Sommige andere medicijnen die gericht op de blaas werken kunnen soms ook helpen. Parkinsonverpleegkundigen kunnen ook adviseren met andere niet-medicamenteuze maatregelen, zoals een condoom-catheter voor mannen, of een postoel naast het bed (zodat je 's nachts niet helemaal naar het toilet hoeft te lopen).

136. Als je door de ziekte van Parkinson geen gemeenschap meer kunt hebben, dan heeft het ook geen zin om initiatief te nemen

Voor velen staat seks gelijk aan het hebben van gemeenschap en klaarkomen. Er zijn echter nog vele andere manieren om plezier te beleven aan de seks. Het is vooral belangrijk om wel aandacht te blijven schenken aan de intimiteit in de relatie, en het initiatief daarvoor kan uiteraard zowel bij de persoon met parkinson als de partner liggen.

137. In de laatste fase van de ziekte van parkinson kampen mensen voornamelijk met problemen van het bewegen

Het klopt dat de problemen met het bewegen steeds groter worden naarmate de ziekte verder voortschrijdt. Toch zijn de problemen met het bewegen vaak niet het allergrootste (en zeker niet het enige) probleem voor mensen met een meer gevorderde vorm van parkinson. Juist in de late fase kunnen mensen met parkinson ook met een complex scala aan andere problemen kampen, zoals vermoeidheid, (visuele) hallucinaties, pijn of dementie.

138. Het krijgen van een depressie bij de ziekte van Parkinson ontstaat door een tekort aan dopamine

Deze stelling is gedeeltelijk waar. Depressie bij parkinson kan namelijk veel verschillende oorzaken hebben. Het gebrek aan dopamine kan daarbij zeker een rol spelen - daarom kunnen dopaminerge medicijnen bij veel mensen ook een gunstig effect op de stemming hebben. Maar ook een gebrek aan andere boodschapperstoffen, zoals serotonine of noradrenaline, kan een rol spelen. Ook de impact van het hebben van een ernstige chronische ziekte en de gevolgen van de ziekte voor bijvoorbeeld werk of relatie kunnen leiden tot een depressie. Tot slot kunnen de veel voorkomende slaapproblemen bij parkinson een rol spelen. Het is daarom belangrijk om depressieve klachten goed met de neuroloog te bespreken, en samen op zoek te gaan naar de bijdragende factoren, zodat een gerichte behandeling en begeleiding ingezet kan worden.

139. De belangrijkste klacht tijdens werk/arbeid is het veranderde looppatroon

De meest genoemde klacht tijdens het werk is vermoeidheid, gevolgd door traagheid en veranderingen in concentratie/aandacht. Veranderingen in het looppatroon worden zelden genoemd als hoofdklacht.

140. Mensen met parkinson mogen niet meer autorijden

Nee, dit is geen algemeen geldende regel.  Het CBR zegt hierover: Zowel beperkingen in bewegingen alsook mentale gevolgen, zoals het moeilijk verdelen van de aandacht, kunnen een negatieve invloed hebben op het veilig besturen van een auto. Omdat de gevolgen voor iedere parkinsonpatiënt anders zijn, bepaalt de prestatie op een individueel niveau de uiteindelijke rijgeschiktheid.

Voor mensen met de ziekte van Parkinson is het belangrijk om als eerste bij zichzelf te rade te gaan of hij/zij nog voldoende veilig kan functioneren in het verkeer. Hierbij geldt niet alleen de eigen veiligheid, maar ook die van mede weggebruikers. Bedenk vooral of je jezelf nog voldoende kunt concentreren, voldoende overzicht kunt houden over de vele verschillende signalen in het verkeer en voldoende snel kunt reageren op onverwachte situaties. Ook (onverwachte) vermoeidheid is een probleem wat de veiligheid in het verkeer ernstig kan verstoren. Indien in je twijfelt aan je rijvaardigheid kan je dat altijd bespreken met de neuroloog. Je kan je ook wenden tot het CBR. Om jouw rijgeschiktheid te kunnen beoordelen stelt het CBR je een aantal vragen over jouw gezondheid (via de "eigen verklaring"). Naar aanleiding van de informatie uit dit formulier kan het CBR je verwijzen naar een (onafhankelijk) keuringsarts en zullen ze je waarschijnlijk vragen een rijtest te doen. De rijtest duurt ca een half uur tot 3 kwartier. Bij de uiteindelijke beoordeling van de rijvaardigheid wordt gekeken naar de "Eigen verklaring" , informatie van (keurings)artsen en het resultaat van de rijtest.

 

Pagina's

< 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - 15 - 16 - 17 - 18 - 19 - 20 >

Zorgzoeker